-
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies, als het oppervlak van kunststoffen wordt behandeld;
het blazen, expanderen en schuimen van kunststof met een blaasmiddel anders dan lucht, kooldioxide of stikstof;
het verwerken van elastomeren;
het verwerken van polyesterhars, waarbij 1 kg of meer organische peroxiden van ADR-klasse 5.2 aanwezig is; en
het maken van producten van kunststof.
-
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.
-
Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met e, als deze alleen worden verricht:
tijdens het verrichten van een bouwactiviteit of sloopactiviteit of het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een weg;
bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
voor educatieve doelen; of
tijdens het maken, onderhouden, repareren en behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 3.4.11.
Besluit activiteiten leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 3.4.9
Artikel 3.135
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.134, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.136
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.134, voor zover het gaat om het blazen, expanderen of schuimen van kunststof met een blaasmiddel anders dan lucht, kooldioxide of stikstof.
Artikel 3.137
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.134, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:
het behandelen van het oppervlak van kunststof met een elektrolytisch of chemisch procedé; of
het maken of behandelen van producten op basis van elastomeren.
Artikel 3.138
-
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.134, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het verwerken van rubbercompounds, bedoeld in paragraaf 4.25;
het verwerken van thermoplastisch kunststof, bedoeld in paragraaf 4.26;
het verwerken van polyesterhars, bedoeld in paragraaf 4.27;
een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
-
Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.
-
Ook wordt voldaan aan de regels over:
het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.135 tot en met 3.137; en
emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
Artikel 3.139
-
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.134 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
-
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.