-
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
het maken van producten van glas, met een oven met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW of een aansluitwaarde van meer dan 100 kW;
het maken van keramische producten door verhitting, met een oven met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW of een aansluitwaarde van meer dan 100 kW;
het maken van asfalt of asfaltproducten;
het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk;
het breken, malen, zeven en drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan;
het maken van kalkzandsteen of cellenbeton;
het maken van betonmortel of producten van betonmortel; en
het maken van producten van steen.
-
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.
-
Onder de aanwijzing valt niet een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.7.
-
Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met i, als deze alleen worden verricht:
tijdens het verrichten van een bouwactiviteit of sloopactiviteit of het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een weg;
bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis; of
voor educatieve doelen.
Besluit activiteiten leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 3.4.5
Artikel 3.112
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.113
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:
het maken van asfalt of asfaltproducten; of
het maken van kalkzandsteen of cellenbeton.
Artikel 3.114
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van keramische producten door verhitting.
Artikel 3.115
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:
het breken, malen, zeven of drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, bij een capaciteit van 100.000.000 kg/jaar of meer;
het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk; of
het maken van betonmortel of producten van betonmortel.
Artikel 3.116
-
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
een asfaltcentrale, bedoeld in paragraaf 4.7;
een betoncentrale, bedoeld in paragraaf 4.8;
het vormgeven van betonproducten, bedoeld in paragraaf 4.9;
het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
-
Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.
-
Ook wordt voldaan aan de regels over:
het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.112 tot en met 3.115;
emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.
Artikel 3.117
-
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.111 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
-
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.