Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.122

Opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie

Artikel 4.1247

  1. Deze paragraaf is van toepassing op:

    1. het opslaan, zeven en samenvoegen van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen of industrie, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit; en

    2. het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van baggerspecie van de kwaliteitsklasse niet verontreinigd, licht verontreinigd of matig verontreinigd, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.

  2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het opslaan van ten hoogste 25 m3 grond of baggerspecie door een natuurlijke persoon, anders dan in het uitoefenen van zijn beroep of bedrijf, voor een toepassing als bedoeld in artikel 4.1266, vierde lid, onder a.

  3. In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    1. baggerspecie: baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;

    2. grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; en

    3. partij: hoeveelheid materiaal die volgens de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde regels als partij wordt aangemerkt.

Artikel 4.1248

  1. Het is verboden een activiteit als bedoeld in artikel 4.1247 te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Een melding bevat:

    1. een aanduiding van de kwaliteitsklasse, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit van de opgeslagen grond;

    2. een aanduiding van de kwaliteitsklasse, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit van de opgeslagen baggerspecie;

    3. een aanduiding of verschillende partijen grond of verschillende partijen baggerspecie worden samengevoegd;

    4. als partijen worden samengevoegd: of dit gebeurt tot een partij groter dan 25 m3;

    5. als partijen worden samengevoegd: een aanduiding van kwaliteitsklassen van de samen te voegen partijen, waarin de partijen op grond van artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit zijn ingedeeld;

    6. als op een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd: de locaties van de lozingspunten;

    7. als op een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd: het maximale lozingsdebiet in kubieke meters per uur; en

    8. in een geval als bedoeld in artikel 4.1250, derde lid: een verklaring van het dagelijks bestuur van het waterschap dat de baggerspecie na het opslaan wordt toegepast in het kader van een functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a.

  3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

  4. In afwijking van het eerste en derde lid geldt een termijn van een week als de activiteit het eenmalig opslaan van één partij grond of één partij baggerspecie is.

  5. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.1248a

  1. Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1247, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  2. Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al zijn verstrekt op grond van artikel 3.181 voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.178.

Artikel 4.1249

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen en het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt een administratie bijgehouden van de opgeslagen partijen grond of opgeslagen partijen baggerspecie, met daarin per partij geregistreerd:

  1. de herkomst;

  2. de kwaliteitsklasse, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit;

  3. de kwaliteitsverklaringen;

  4. de plaats van opslag;

  5. de hoeveelheid; en

  6. de aanvangsdatum van de opslag.

Artikel 4.1250

  1. Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1247, wordt voldaan aan de regels over het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, als het gaat om het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse wonen of industrie of baggerspecie van de kwaliteitsklasse licht verontreinigd of matig verontreinigd, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als:

    1. de activiteit het eenmalig opslaan van één partij grond of één partij baggerspecie is;

    2. voorafgaand aan het opslaan de kwaliteitsklasse van de bodem op de plaats van opslaan is vastgesteld in een milieuverklaring bodemkwaliteit die is opgesteld overeenkomstig de bepalingen in het Besluit bodemkwaliteit; en

    3. de grond of baggerspecie volgens artikel 4.1272 op de plaats van opslaan mag worden toegepast.

  3. Het eerste lid is ook niet van toepassing als:

    1. het gaat om het opslaan van baggerspecie die voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder b, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteit voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie;

    2. de baggerspecie binnen drie jaar na het begin van het opslaan wordt toegepast in het kader van een functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a; en

    3. op de locatie gedurende ten minste vijf jaar voor het begin van het opslaan geen baggerspecie is opgeslagen.

Artikel 4.1251

  1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan, zeven of mechanisch ontwateren van baggerspecie van de kwaliteitsklasse licht verontreinigd of matig verontreinigd, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.

  2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.

Artikel 4.1252

Voor afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.1252, gemeten in een steekmonster.

Tabel 4.1252 Emissiegrenswaarden

Stof

Emissiegrenswaarde in mg/l

Onopgeloste stoffen

100

Chemisch zuurstofverbruik

200

Artikel 4.1253

  1. Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  2. Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  3. Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    1. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; en

    2. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705.

Artikel 4.1254

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem of van een oppervlaktewaterlichaam met bodembedreigende stoffen wordt baggerspecie van de kwaliteitsklasse licht verontreinigd of matig verontreinigd, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit, opgeslagen in een met folie beklede grondput volledig omringd door een dijklichaam:

    1. waarvan het binnendijkse volume ten minste gelijk is aan de maximale inhoud van het baggerspeciedepot; en

    2. dat is bestand tegen krachten die ontstaan bij het opslaan van baggerspecie.

  2. Folie dat voor een baggerspeciedepot wordt gebruikt, is voor gebruik bij het opslaan van baggerspecie gecertificeerd door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor BRL-K519, BRL-K537, BRL-K538, BRL-K546 of BRL-K1149.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie volgens artikel 4.1272 op de plaats van het opslaan mag worden toegepast.

  4. Het eerste lid is ook niet van toepassing:

    1. op steekvaste baggerspecie; of

    2. in een geval als bedoeld in artikel 4.1250, derde lid.

Artikel 4.1255

  1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen en het voorkomen van verontreiniging van de bodem of van een oppervlaktewaterlichaam worden verschillende partijen grond of partijen baggerspecie niet samengevoegd tot een partij die groter is dan 25 m3.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de partijen grond of partijen baggerspecie:

    1. in dezelfde kwaliteitsklasse als bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit zijn ingedeeld; en

    2. zijn gekeurd en samengevoegd overeenkomstig BRL 9335 of BRL 7500, door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit hiervoor.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing als de partijen grond of partijen baggerspecie:

    1. kleiner zijn dan 100 ton; en

    2. zijn samengevoegd overeenkomstig BRL 9335 of BRL 7500, door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit hiervoor.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing als:

    1. het gaat om grond van kwaliteitsklasse landbouw/natuur of baggerspecie van de kwaliteitsklasse algemeen toepasbaar, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit; en

    2. de partijen grond of de partijen baggerspecie zijn voorzien van een erkende kwaliteitsverklaring, overeenkomstig BRL 9313 of BRL 9321.

Artikel 4.1256

  1. In het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt een partij grond of een partij baggerspecie niet langer dan drie jaar opgeslagen.

  2. In een oppervlaktewaterlichaam wordt in het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen en het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam een partij grond of een partij baggerspecie niet langer dan tien jaar opgeslagen.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving