Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de activiteit, bedoeld in artikel 6.34, eerste lid, onder b en c, is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3, de volgende gegevens verstrekt:
de in het voorafgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en in de bodem gebracht water; en
de kwaliteit van het in de bodem gebrachte water.