Besluit activiteiten leefomgeving

Inhoud

Artikel 4.1098

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.

Met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht wordt bij het ontwerp van de vloeistoflaadvoorzieningen en dampopvangvoorzieningen aan een benzinelaadportaal bij een benzineoverslaginstallatie uitgegaan van een verbindingssysteem dat voldoet aan de volgende eisen:

  1. de hoogte van de hartlijn van de vloeistofadapters is tussen 0,7 en 1 m;

  2. als de vloeistofadapters ongeladen zijn, is de hartlijn niet meer dan 1,4 m;

  3. als de vloeistofadapters geladen zijn, is de hartlijn ten minste 0,5 m;

  4. de horizontale afstand tussen de vloeistofadapters is ten minste 0,25 m;

  5. de vloeistofadapters bevinden zich op een lengte van niet meer dan 2,5 m;

  6. de dampopvangadapter bevindt zich bij voorkeur rechts van de vloeistofadapters op een hoogte van:

    1. niet meer dan 1,5 m als de vloeistofadapter ongeladen is; of

    2. ten minste 0,5 m als de vloeistofadapter geladen is;

  7. de aarding of overloopdetectie bevindt zich rechts van de vloeistofopvangadapters en dampopvangadapters op:

    1. niet meer dan 1,5 m als de vloeistofadapter ongeladen is; of

    2. ten minste 0,5 m als de vloeistofadapter geladen is; en

  8. het systeem bevindt zich in zijn geheel aan een zijde van de tankwagen.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 18-08-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 26-10-2024 Historisch 02-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 07-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

Met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht wordt bij het ontwerp van de vloeistoflaadvoorzieningen en dampopvangvoorzieningen aan een benzinelaadportaal bij een benzineoverslaginstallatie uitgegaan van een verbindingssysteem dat voldoet aan de volgende eisen:

  1. de hoogte van de hartlijn van de vloeistofadapters is tussen 0,7 en 1 m;

  2. als de vloeistofadapters ongeladen zijn, is de hartlijn niet meer dan 1,4 m;

  3. als de vloeistofadapters geladen zijn, is de hartlijn ten minste 0,5 m;

  4. de horizontale afstand tussen de vloeistofadapters is ten minste 0,25 m;

  5. de vloeistofadapters bevinden zich op een lengte van niet meer dan 2,5 m;

  6. de dampopvangadapter bevindt zich bij voorkeur rechts van de vloeistofadapters op een hoogte van:

    1. niet meer dan 1,5 m als de vloeistofadapter ongeladen is; of

    2. ten minste 0,5 m als de vloeistofadapter geladen is;

  7. de aarding of overloopdetectie bevindt zich rechts van de vloeistofopvangadapters en dampopvangadapters op:

    1. niet meer dan 1,5 m als de vloeistofadapter ongeladen is; of

    2. ten minste 0,5 m als de vloeistofadapter geladen is; en

  8. het systeem bevindt zich in zijn geheel aan een zijde van de tankwagen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving