Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.13

Stralen van metalen

Artikel 4.218

Deze paragraaf is van toepassing op het stralen van metalen.

Artikel 4.219

  1. Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.218, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.220

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.218, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en

  2. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.

Artikel 4.221

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met straalmiddelen en gebruikt straalwater worden metalen gestraald boven een vloeistofdichte bodemvoorziening als vloeibare straalmiddelen worden gebruikt.

  2. Bij een gesloten proces worden metalen gestraald boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.222

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met vaste straalmiddelen, verfdeeltjes of metaaldeeltjes worden metalen gestraald boven een aaneengesloten bodemvoorziening als vaste straalmiddelen worden gebruikt.

Artikel 4.223

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van een vloeistofdichte bodemvoorziening niet geloosd.

Artikel 4.224

  1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van stralen van metalen geloosd in een vuilwaterriool.

  2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.225

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  1. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;

  2. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en

  3. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.

Artikel 4.226

Bijlage III bevat de onderverdeling van stoffen in de stofklassen ERS, MVP1, MVP2, gA, gO, totaal stof, sO en sA.

Artikel 4.227

Met het oog op het beperken van diffuse emissies in de lucht en het voorkomen of beperken van geluidhinder worden metalen in een gesloten ruimte gestraald.

Artikel 4.228

  1. Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.228, gemeten in een eenmalige meting.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.228, niet overschrijdt.

  3. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte filtrerende afscheider of een geschikt elektrostatisch filter worden gevoerd.

Artikel 4.229

  1. Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen en de stoffen, ingedeeld in de stofklassen, bedoeld in tabel 4.228, is NEN-EN 15259 van toepassing.

  2. Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

    1. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619;

    2. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;

    3. voor chroom VI-verbindingen: NEN-ISO 16740;

    4. voor zware metalen: NEN-EN 14385;

    5. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;

    6. voor dioxinen en furanen: NEN-EN 1948-1, NEN-EN 1948-2 en NEN-EN 1948-3;

    7. voor kwik: NEN-EN 13211;

    8. voor vocht: NEN-EN 14790; en

    9. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.

Artikel 4.230

  1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.228, wordt voldaan.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als een maatregel als bedoeld in artikel 4.228, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.231

  1. Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste 15 minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

  2. Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.231.

  3. De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

  4. De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.229 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.232

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden de emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

Artikel 4.232a

Tot vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit is de emissiegrenswaarde in mg/Nm3 voor sA.3, bedoeld in artikel 4.228, niet van toepassing op het stralen van metalen, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit. Tot eerstgenoemde datum geldt in dat geval een emissiegrenswaarde van 5 mg/Nm3 bij een ondergrens van 5 kg/jaar.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving