Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.9

Vormgeven betonproducten

Artikel 4.152

Deze paragraaf is van toepassing op het maken van producten met betonmortel.

Artikel 4.153

  1. Het is verboden het afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.152, te lozen op een oppervlaktewaterlichaam zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Een melding bevat:

    1. de locaties van de lozingspunten; en

    2. het maximale lozingsdebiet in kubieke meters per uur.

  3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

  4. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.154

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.152, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en

  2. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.

Artikel 4.155

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met betonmortel wordt beton uitgewassen boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.156

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met ontkistingsmiddelen wordt ontkistingsmiddel op bekisting aangebracht boven een aaneengesloten bodemvoorziening, tenzij het aanbrengen plaatsvindt bij een bouwplaats.

  2. Betonproducten in bekisting, waaruit ontkistingsmiddelen kunnen lekken, worden opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening, tenzij het opslaan plaatsvindt bij een bouwplaats.

Artikel 4.157

Er worden alleen plantaardige of oplosmiddelvrije ontkistingsmiddelen gebruikt, tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is.

Artikel 4.158

  1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het uitwassen van beton geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.

  2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.

Artikel 4.159

Voor het afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l en voor chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l, gemeten in een steekmonster.

Artikel 4.160

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.161

  1. Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  2. Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  3. Op het analyseren van een monster is van toepassing:

    1. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; en

    2. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705.

Artikel 4.162

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  1. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;

  2. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en

  3. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving