Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.97, voor zover deze worden verricht in een installatie met:
een werkdruk aan de inlaatzijde van meer dan 10.000 kPa; of
een gastoevoerleiding met een diameter van meer dan 50,8 cm.