Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 3.4.11

Scheepswerven

Artikel 3.144

  1. Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

    1. het maken van vaartuigen of drijvende werktuigen;

    2. het onderhouden, repareren en schoonmaken van vaartuigen of drijvende werktuigen, als dat geheel of gedeeltelijk op de wal of in een drijvend dok gebeurt; en

    3. het behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen om te voorkomen dat organismen zich onder het wateroppervlak daaraan vasthechten.

  2. De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen functioneel ondersteunen.

  3. Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als deze alleen worden verricht bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis.

Artikel 3.145

  1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.144, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

    1. het maken van metalen pleziervaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van ten minste 25 m; of

    2. het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, anders dan pleziervaartuigen.

  2. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.146

  1. Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.144, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

    1. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;

    2. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;

    3. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;

    4. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;

    5. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;

    6. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

    7. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

    8. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

    9. het proefdraaien van verbrandingsmotoren, bedoeld in paragraaf 4.23;

    10. het schoonmaken van pleziervaartuigen, bedoeld in paragraaf 4.24;

    11. het verwerken van thermoplastisch kunststof, bedoeld in paragraaf 4.26;

    12. het verwerken van polyesterhars, bedoeld in paragraaf 4.27;

    13. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

    14. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

    15. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

    16. het kleinschalig tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen, bedoeld in paragraaf 4.42;

    17. het grootschalig tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen, bedoeld in paragraaf 4.43;

    18. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;

    19. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

    20. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

  2. Ook wordt voldaan aan de regels over:

    1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;

    2. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het maken, het verven of het verwijderen van verf van vaartuigen of drijvende werktuigen van ten minste 100 m lang;

    3. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

    4. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.145;

    5. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

    6. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.145.

Artikel 3.147

  1. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.144 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

    1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

    2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  2. Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving