Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 18.1.2

Inhoudelijke regels

Artikel 18.11

  1. Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 18.2 worden aangewezen:

    1. het door een onderneming of rechtspersoon laten reizen van een werknemer tussen de woon- of verblijfplaats van de werknemer en de locatie waar de arbeid pleegt te worden verricht; en

    2. het door een onderneming of rechtspersoon laten reizen van een werknemer in het kader van de dienstbetrekking, met uitzondering van woon-werkmobiliteit.

  2. Onder de aanwijzing valt niet het laten reizen van een werknemer:

    1. buiten Nederland, voor zover de reizen van de werknemer niet in Nederland beginnen of eindigen;

    2. door een onderneming of rechtspersoon die geen financiële vergoeding, fiets, bromfiets, motorvoertuig, vervoersbewijs voor openbaar vervoer of andere mobiliteitsvoorziening beschikbaar stelt voor zakelijke mobiliteit of woon-werkmobiliteit;

    3. door een in Nederland gevestigde onderneming of rechtspersoon die op 1 januari van het kalenderjaar, bedoeld in artikel 18.15, eerste lid, in totaal minder dan 100 werknemers heeft;

    4. door een buiten Nederland gevestigde onderneming of rechtspersoon waarvan de nevenvestigingen in Nederland op 1 januari van het kalenderjaar, bedoeld in artikel 18.15, eerste lid, in totaal minder dan 100 werknemers hebben;

    5. met vliegtuigen, helikopters, vaartuigen of werktuigen;

    6. met voertuigen die zijn bedoeld voor:

      1. het vervoer van goederen of dieren;

      2. het gebruik door hulpverleningsdiensten ter vervulling van een dringende taak als bedoeld in artikel 29 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; of

      3. militair gebruik en die zijn voorzien van een militair kenteken;

    7. met andere voertuigen dan bedoeld onder f, aanhef en onder 2°:

      1. voor de uitoefening van een politietaak als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Politiewet 2012, of voor het volgen van een politieopleiding als bedoeld in artikel 1 van die wet; of

      2. voor de uitoefening van een taak op het gebied van de brandweerzorg, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s, of de rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van die wet, of voor het volgen van een opleiding als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van die wet; en

    8. als bestuurder van een voertuig dat is bedoeld voor het vervoer van personen tegen betaling of als controleur van vervoerbewijzen in dat voertuig.

Artikel 18.12

  1. Voor de emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit en zakelijke mobiliteit is de emissiegrenswaarde in kalenderjaargemiddelde waaraan met ingang van 1 januari 2050 wordt voldaan: 0 g per reizigerskilometer.

  2. Dit lid is nog niet in werking getreden.

  3. Dit lid is nog niet in werking getreden.

Artikel 18.13

Een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift waarmee artikel 18.12 wordt versoepeld, wordt alleen gesteld over de emissiegrenswaarde, bedoeld in artikel 18.12, tweede lid.

Artikel 18.14

  1. De emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit of zakelijke mobiliteit in kalenderjaargemiddelde per reizigerskilometer wordt berekend door de emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit of zakelijke mobiliteit in het kalenderjaar te delen door het aantal reizigerskilometers voor woon-werkmobiliteit respectievelijk zakelijke mobiliteit in het kalenderjaar.

  2. De emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit of zakelijke mobiliteit, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door voor elke reismodaliteit het aantal in het kalenderjaar gereisde kilometers voor woon-werkmobiliteit respectievelijk zakelijke mobiliteit te vermenigvuldigen met de bij ministeriële regeling vastgestelde emissiefactor voor die reismodaliteit en de uitkomsten bij elkaar op te tellen.

Artikel 18.15

  1. Jaarlijks worden uiterlijk op 30 juni de volgende gegevens over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in deze afdeling:

    1. het aantal werknemers op 1 januari van dat kalenderjaar;

    2. de gebruikte reismodaliteiten, waarbij in ieder geval onderscheid wordt gemaakt tussen het laten reizen:

      1. met openbaar vervoer;

      2. per fiets of te voet;

      3. per bromfiets; en

      4. per motorvoertuig;

    3. per reismodaliteit, bedoeld onder b, onder 3° en 4°, de gebruikte brandstof of andere voeding van de motor van het voertuig, waarbij in ieder geval onderscheid wordt gemaakt tussen:

      1. elektrisch;

      2. elektrisch in combinatie met benzine, diesel of waterstof;

      3. LPG;

      4. CNG;

      5. LNG;

      6. benzine;

      7. biobrandstof; en

      8. diesel; en

    4. het aantal kilometers dat de onderneming of rechtspersoon de werknemers heeft laten reizen.

  2. In de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, wordt onderscheid gemaakt tussen woon-werkmobiliteit en zakelijke mobiliteit. Ten behoeve van het verstrekken van die gegevens worden persoonsgegevens verwerkt.

  3. Als het gaat om woon-werkmobiliteit kan, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder d, bij gebruik van meer dan een reismodaliteit worden volstaan met het verzamelen en verstrekken van gegevens over de reismodaliteit waarmee de werknemer de meeste reizigerskilometers heeft afgelegd, waarbij de reizigerskilometers die de werknemer als gevolg van andere reismodaliteiten heeft afgelegd, bij de eerstbedoelde reizigerskilometers worden opgeteld.

  4. De gegevens worden verstrekt met gebruikmaking van een elektronische voorziening die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar wordt gesteld. De gegevens gelden als ondertekend.

  5. Het eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, is niet van toepassing als in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, en het daaraan voorafgaande kalenderjaar de emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit en zakelijke mobiliteit in kalenderjaargemiddelde niet hoger is dan 3 g per reizigerskilometer.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving