Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 9.2.2

Bouwwerken, werken en objecten

Artikel 9.30

  1. Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg:

    1. het bouwen, in stand houden of slopen van bouwwerken;

    2. het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn; en

    3. het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten.

  2. Het eerste lid geldt niet voor:

    1. het bouwen, in stand houden en slopen van bouwwerken en het aanleggen, plaatsen, in stand houden en verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn, die samenhangen met kabels en leidingen, bedoeld in artikel 9.19; en

    2. activiteiten op perrons, bedoeld in artikel 9.37.

  3. Het eerste lid geldt ook niet voor activiteiten die worden verricht door of namens de spoorwegbeheerder in het kader van het aanleggen, het wijzigen of het beheren van een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg of de regeling van het verkeer over die spoorweg.

Artikel 9.31

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 9.30, voor zover het gaat om het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn en het plaatsen of in stand houden van andere objecten:

  1. in de kernzone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg;

  2. in de overwegzone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg, als het bouwwerk, werk dat geen bouwwerk is of object hoger is dan 1 m; en

  3. in de beschermingszone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg, als:

    1. het bouwwerk, werk dat geen bouwwerk is of andere object niet wordt gefundeerd op staal; of

    2. de maaiveldbelasting groter is dan 500 kg/m2.

Artikel 9.32

  1. Het is verboden een activiteit als bedoeld in artikel 9.30 te verrichten zonder dit ten minste vier weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.

  2. Een melding bevat de ligging van het bouwwerk, van het werk dat geen bouwwerk is of van het andere object in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart.

  3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

  4. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 9.31.

Artikel 9.33

  1. Ten minste vier weken en ten hoogste acht weken voor het begin van de activiteit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 9.1:

    1. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit; en

    2. de verwachte duur ervan.

  2. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 9.30.

Artikel 9.34

Uiterlijk binnen twee maanden na afloop van de activiteit worden revisietekeningen met x-, y- en z-coördinaten en maatvoering vanuit vaste punten verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 9.1.

Artikel 9.35

  1. Met het oog op het veilig en doelmatig gebruik van een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt, als bij het bouwen van een bouwwerk, het aanleggen, plaatsen of veranderen van een werk dat geen bouwwerk is of het plaatsen van een ander object grondwater wordt onttrokken:

    1. de grondwaterstand niet verder verlaagd dan 1 m onder de gemiddelde laagste freatische grondwaterstand; en

    2. niet langer dan een half jaar grondwater onttrokken.

  2. Bij het verrichten van graafwerkzaamheden wordt niet dieper gegraven dan 1,20 m.

Artikel 9.36

  1. Met het oog op het veilig en doelmatig gebruik van een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt, als bij het bouwen van een bouwwerk, het aanleggen, plaatsen of veranderen van een werk dat geen bouwwerk is of het plaatsen van een ander object hijswerkzaamheden worden verricht, de kraan geaard met een weerstand van minder dan 10 ohm.

  2. De kabelbelasting is niet meer dan 20% van de gegarandeerde breuklast.

  3. Tijdens de hijswerkzaamheden:

    1. wordt een afstand van 5 m aangehouden tot de buitenkant van spanningvoerende delen; of

    2. wordt een afstand van 1,5 m aangehouden tot de buitenkant van spanningvoerende delen, als de hijswerkzaamheden worden begeleid door een procescontractaannemer.

  4. Er worden geen lasten verplaatst boven spoorlijnen die in dienst zijn.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving