Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.12

Smelten en gieten van metalen

Artikel 4.203

  1. Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van het smeltproces of gietproces van metalen, dat bestaat uit:

    1. het smelten en gieten van metalen;

    2. het maken en coaten van vormen en kernen in kleigebonden of chemisch gebonden zand voor het gieten van metalen;

    3. het maken van croningkernen en coldboxkernen voor het gieten van metalen;

    4. het uitbreken en ontzanden van gietstukken;

    5. de koude regeneratie van zand voor het gieten van metalen; en

    6. het maken van een vorm met behulp van was, met inbegrip van het verwijderen van de was.

  2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het minder dan 500 kg/jaar smelten en gieten van:

    1. goud;

    2. zilver;

    3. platina; of

    4. legeringen met ten minste 30% goud, zilver of platina.

Artikel 4.204

  1. Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.203, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.205

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.203, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en

  2. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.

Artikel 4.206

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met aluminium, lood, zink, tin, koper, nikkel, oplosmiddelen en harsen gebeurt het smeltproces en gietproces boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.207

Bijlage III bevat de onderverdeling van stoffen in de stofklassen ERS, MVP1, MVP2, gA, gO, totaal stof, sO en sA.

Artikel 4.208

  1. Voor de emissie in de lucht bij het maken en coaten van vormen en kernen in kleigebonden of chemisch zand voor het gieten van metalen, bij de koude regeneratie van zand voor het gieten van metalen en bij het uitbreken en ontzanden van gietstukken is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.

  3. Aan het eerste lid wordt bij het maken en coaten van vormen en kernen in kleigebonden of chemisch zand voor het gieten van metalen en bij de koude regeneratie van zand voor het gieten van metalen in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

  4. Aan het eerste lid wordt bij het uitbreken en ontzanden van gietstukken in ieder geval voldaan als:

    1. de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd; en

    2. gietstukken worden uitgebroken en ontzand in een gesloten ruimte met gesloten deuren en ramen.

Artikel 4.209

Met het oog op het voorkomen of het beperken van de emissie van dioxinen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht worden bij het smelten van metalen alleen de volgende metalen gesmolten:

  1. metaal dat voldoet aan de technische standaarden voor reguliere toepassing van het metaal;

  2. metaal waarvan de soort legering en de verhouding van metalen in de legering bekend is en kan worden aangetoond;

  3. metaal dat zichtbaar vrij is van olie, olie-emulsies, smeermiddelen of vet, met uitzondering van hoeveelheden die geen druppelvorming tot gevolg hebben; en

  4. metaal dat geen eigenschappen bezit van bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen, waarbij de eigenschappen van het metaal zelf of metalen in de legering zelf niet relevant zijn.

Artikel 4.210

  1. Voor de emissie in de lucht bij het smelten van metalen is de emissiegrenswaarde van lood en loodverbindingen, berekend als lood, 0,5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van lood en loodverbindingen, berekend als lood, niet meer is dan 1,25 kg/jaar.

  3. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als:

    1. bij het smelten van koper en koperlegeringen, aluminium en aluminiumlegeringen, zink en zinklegeringen en tin en tinlegeringen, de legering minder dan 2% lood bevat;

    2. bij het smelten van koper en koperlegeringen, aluminium en aluminiumlegeringen, zink en zinklegeringen en tin en tinlegeringen, de legering minder dan 5% lood bevat en de smeltoven minder dan 200 uur per jaar in bedrijf is;

    3. bij het smelten van koper en koperlegeringen, aluminium en aluminiumlegeringen, zink en zinklegeringen en tin en tinlegeringen, de legering minder dan 10% lood bevat en de smeltoven minder dan 100 uur per jaar in bedrijf is; of

    4. de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Artikel 4.211

  1. Voor de emissie in de lucht bij het maken van croningkernen en coldboxkernen voor het gieten van metalen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.211, gemeten in een eenmalige meting.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.211, niet overschrijdt.

  3. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte gaswasser worden gevoerd.

Artikel 4.212

  1. Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen, bedoeld in de artikelen 4.208 en 4.210 en tabel 4.211, is NEN-EN 15259 van toepassing.

  2. Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

    1. voor totaal stof: is NEN-EN 13284-1;

    2. voor zware metalen: NEN-EN 14385;

    3. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;

    4. voor vocht: NEN-EN 14790; en

    5. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.

Artikel 4.213

  1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof, bedoeld in artikel 4.208, eerste lid, wordt voldaan.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als bij het maken en coaten van vormen en kernen in kleigebonden of chemisch gebonden zand voor het gieten van metalen de maatregel, bedoeld in artikel 4.208, derde lid, wordt getroffen.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing als bij het uitbreken en ontzanden van gietstukken de maatregelen, bedoeld in artikel 4.208, vierde lid, worden getroffen.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing als bij de koude regeneratie van zand voor het gieten van metalen de maatregel, bedoeld in artikel 4.208, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.214

  1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor lood en loodverbindingen, bedoeld in artikel 4.210, eerste lid, wordt voldaan.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.210, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.215

  1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.211, wordt voldaan.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.211, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.216

  1. Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

  2. Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.216.

  3. De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

  4. De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.212 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.217

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder worden afgezogen emissies bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving