Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.104

Opslaan van goederen

Artikel 4.1053

Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van:

  1. goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S5 in bijlage IV;

  2. goederen, ingedeeld als lekkende goederen in bijlage IVA, deel A;

  3. goederen, ingedeeld als uitlogende goederen in bijlage IVA, deel B; of

  4. goederen, ingedeeld als vermestende goederen in bijlage IVA, deel C.

Artikel 4.1054

  1. Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.1053, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.1055

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1053, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, tenzij het gaat om het opslaan van goederen, ingedeeld in bijlage IVA, deel C; en

  2. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.

Artikel 4.1056

Met het oog op het beperken van de hoeveelheid afvalwater wordt het water dat eerder met de opgeslagen goederen in contact is geweest, gebruikt voor het bevochtigen van opgeslagen stuifgevoelige goederen.

Artikel 4.1057

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/298.

Artikel 4.1058

  1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van lekkende, uitlogende of vermestende goederen, ingedeeld in bijlage IVA, deel A, B of C, geloosd in een vuilwaterriool.

  2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.1059

  1. Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.1059, gemeten in een steekmonster.

  2. Als uit de goederen, bedoeld in artikel 4.1058, alleen olie kan lekken, kan, in afwijking van het eerste lid, het afvalwater afkomstig van die opslag voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een slibvangput en olieafscheider:

    1. volgens NEN-EN 858-1 en NEN-EN 858-2; of

    2. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.

Artikel 4.1060

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.1061

  1. Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  2. Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  3. Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    1. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872;

    2. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2;

    3. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en

    4. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993.

Artikel 4.1062

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  1. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;

  2. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en

  3. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.

Artikel 4.1063

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen worden lekkende goederen, ingedeeld in bijlage IVA, deel A, boven een vloeistofdichte bodemvoorziening opgeslagen. Opslag boven een lekbak is ook toegestaan.

  2. Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider.

  3. Het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in artikel 4.1059.

  4. Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of gedemonteerde onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 4.576.

  5. Dit artikel is ook niet van toepassing op het opslaan van oliën, vetten of pekel in verpakking.

Artikel 4.1063a

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen worden oliën, vloeibare vetten of pekel in verpakking opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening en een lekbak.

  2. Boven een elementenbodemvoorziening kunnen worden opgeslagen:

    1. oliën, vloeibare vetten of pekel in een gesloten verpakking; en

    2. smeervetten.

Artikel 4.1064

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen worden uitlogende goederen, ingedeeld in bijlage IVA, deel B, opgeslagen boven een:

    1. vloeistofdichte bodemvoorziening; of

    2. aaneengesloten bodemvoorziening die tegen inregenen is beschermd.

  2. Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider.

  3. Het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in artikel 4.1059.

  4. Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of gedemonteerde onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 4.576.

Artikel 4.1064a

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen worden vermestende goederen, ingedeeld in bijlage IVA, deel C, opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.1065

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, opgeslagen en gemengd in een gesloten ruimte.

Artikel 4.1066

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de lucht vindt geen overslag plaats van:

  1. goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 en S2, bij een windsnelheid van meer dan 8 m/s;

  2. goederen, ingedeeld in de stuifklasse S3, bij een windsnelheid van meer dan 14 m/s; en

  3. goederen, ingedeeld in de stuifklassen S4 en S5, bij een windsnelheid van meer dan 20 m/s.

Artikel 4.1067

  1. Voor de emissie in de lucht bij het opslaan en mengen van goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, in een gesloten ruimte is de emissiegrenswaarde voor totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

  2. Voor de emissie in de lucht bij pneumatisch transport uit een container, bulktransportwagen of ander transportmiddel van goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 en S2, is de emissiegrenswaarde voor totaal stof 10 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

  3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als de emissie de ondergrens van 100 kg/jaar niet overschrijdt.

Artikel 4.1068

  1. Aan artikel 4.1067, eerste lid, wordt bij het opslaan en het mengen van goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, in ieder geval voldaan als:

    1. de ruimte op onderdruk wordt gehouden; en

    2. de lucht door een geschikte filtrerende afscheider wordt gevoerd.

  2. Aan artikel 4.1067, eerste en tweede lid, wordt bij het vullen van een opslagruimte met goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 en S2, in ieder geval voldaan als:

    1. het overstortpunt wordt afgezogen; en

    2. de afgezogen lucht door een geschikte filtrerende afscheider wordt gevoerd.

  3. Aan artikel 4.1067, eerste en tweede lid, wordt bij continu mechanisch transport in ieder geval voldaan als goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, worden getransporteerd:

    1. in een gesloten systeem, waarbij de inlaatzijde en afwerpzijde:

      1. windreductieschermen of sproeiers hebben; of

      2. continu worden afgezogen en het afgezogen stof wordt teruggevoerd in de productstroom; of

    2. in een open systeem met bevochtiging of afscherming tegen windinvloeden van de inlaatzijde en afwerpzijde.

Artikel 4.1069

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies worden bij het laden en lossen de volgende maatregelen getroffen:

  1. laden en lossen met storttrechters: de trechters hebben afzuiging;

  2. laden en lossen met grijpers: de bovenkant van de grijpers is afgesloten;

  3. laden en lossen van lichters: de stortkoker van de lichterbelader reikt tot:

    1. op de bodem van het ruim; of

    2. op het materiaal dat al is gestort; en

  4. laden en lossen met pneumatische elevatoren:

    1. de weegbunkers en overstortpunten zijn gesloten uitgevoerd;

    2. het neergeslagen stof in de overstortpunten wordt regelmatig verwijderd; of

    3. de stortschoen heeft afzuiging.

Artikel 4.1070

  1. Op het verrichten van emissiemetingen van totaal stof is NEN-EN 15259 van toepassing.

  2. Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Artikel 4.1071

  1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof wordt voldaan.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als bij het opslaan en mengen van goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, de maatregelen, bedoeld in de artikelen 4.1068 en 4.1069, worden getroffen.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing als bij pneumatisch transport van goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, de maatregelen, bedoeld in de artikelen 4.1068 en 4.1069, worden getroffen.

Artikel 4.1072

  1. Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

  2. Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.

  3. De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

  4. De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.1070 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.1073

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden bij het opslaan en mengen van goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

Artikel 4.1073a

  1. Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden goederen die afvalstoffen zijn niet langer dan drie jaar opgeslagen.

  2. In afwijking van het eerste lid worden vermestende goederen en de volgende afvalstoffen niet langer dan een jaar opgeslagen:

    1. CC-hout: hout behandeld met middelen die koper en chroom bevatten;

    2. CCA-hout: hout behandeld met middelen die koper, chroom en arseen bevatten;

    3. vliegas van verbranding van afvalstoffen in een roosteroven of wervelbedoven; en

    4. filterkoek van ontgiften, neutraliseren en ontwateren.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving