Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.54

Crematorium

Artikel 4.634

Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een crematorium.

Artikel 4.635

  1. Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.634, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.636

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de lucht worden geen kisten verbrand die zijn bekleed met lood en zink.

  2. Metalen en kunststofonderdelen worden voor verbranding verwijderd.

Artikel 4.637

  1. Met het oog op het zo volledig mogelijk verbranden van rookgassen en het beperken van het ontstaan van stikstofoxiden heeft een crematieoven een naverbrandingsruimte met een naverbrander waarin de rookgassen uit de hoofdkamer worden naverbrand.

  2. Het ontwerp van de crematieoven is zo, dat onder normale bedrijfsomstandigheden de verblijftijd van de afgassen in de naverbrandingsruimte ten minste 1,5 seconde is bij een temperatuur van ten minste 800 °C.

  3. In de hoofdkamer van de oven en in de naverbrander van de verbrandingsruimte wordt een low-NOx brander toegepast.

  4. In de naverbrandingsruimte worden rookgassen zo gemengd dat ze zo volledig mogelijk worden verbrand.

  5. De temperatuur van de rookgassen in de naverbrandingsruimte wordt door een brander boven de 800 °C gehouden, waartoe de brander van een automatische regeling is voorzien.

  6. Het zuurstofgehalte in de naverbrandingsruimte is ten minste 6%, waarbij kortdurende onderschrijdingen van dit gehalte zijn toegestaan als deze onderschrijdingen nooit langer dan een minuut duren en het zuurstofgehalte boven de 3% blijft.

Artikel 4.638

  1. Voor de emissie in de lucht is de emissiegrenswaarde voor kwik en kwikverbindingen, berekend als Hg, 0,05 g/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van kwik en kwikverbindingen, berekend als Hg, niet meer is dan 0,075 kg/jaar.

  3. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de emissies door een adsorptiemedium en een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

  4. Bij het ontwerp, de uitvoering en het onderhoud van het adsorptiemedium en de filtrerende afscheider is rekening gehouden met het voorkomen van dioxinevorming en furanenvorming in het filter en het afvangen van de in de afgassen aanwezige dioxinen en furanen.

Artikel 4.639

  1. Op het verrichten van emissiemetingen van kwik en kwikverbindingen is NEN-EN 15259 van toepassing.

  2. Op het verrichten van een eenmalige meting is voor kwik en kwikverbindingen NEN-EN 13211 van toepassing.

  3. Het berekenen van een emissieconcentratie wordt betrokken op een zuurstofgehalte van 11% onder normaalcondities en voor droog rookgas.

Artikel 4.640

  1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor kwik en kwikverbindingen wordt voldaan.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregelen, bedoeld in 4.638, derde lid, worden getroffen.

Artikel 4.641

  1. Met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht worden de temperatuur en het zuurstofgehalte in de naverbrandingsruimte continu gemeten en geregistreerd.

  2. Uiterlijk zes maanden nadat de crematieoven voor het eerst wordt gebruikt en daarna jaarlijks wordt de oven gecontroleerd door een onderneming met een certificaat voor de Deelregeling voor inspectie en onderhoud van stookinstallaties, onderdeel van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud en inspecties aan technische installaties, van de stichting SCIOS, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens ISO/IEC 17021-1 voor die Deelregeling.

  3. In het crematorium is een logboek of systeem aanwezig waarin de volgende gegevens worden vastgelegd:

    1. de onderhoudsresultaten en controleresultaten en de meetwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid; en

    2. de opgetreden storingen of andere onregelmatigheden die van invloed kunnen zijn op de luchtemissie, onder vermelding van de datum, het tijdstip en de aard van de storing en de getroffen acties om de storing ongedaan te maken en voor de toekomst te voorkomen.

Artikel 4.642

  1. Voor de emissie in de lucht bij het exploiteren van een crematieoven voor dieren is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.

  3. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Artikel 4.643

  1. Op het verrichten van emissiemetingen van totaal stof is NEN-EN 15259 van toepassing.

  2. Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Artikel 4.644

  1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof wordt voldaan.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in 4.642, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.645

  1. Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.

  2. Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.

  3. De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

  4. De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.643 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.646

Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen wordt het afgevangen stof uit de filtrerende afscheider afgegeven aan een daarvoor erkende inzamelaar.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving