-
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.211, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
het lozen van afvalwater bij telen van gewassen in een gebouw, bedoeld in paragraaf 4.79;
het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
-
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Inhoud
Artikel 3.213
Tekst van deze versie
-
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.211, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
het lozen van afvalwater bij telen van gewassen in een gebouw, bedoeld in paragraaf 4.79;
het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
-
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Nog geen automatische verwijzingen.