Besluit activiteiten leefomgeving

Inhoud

Artikel 11.53

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.
  1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt in bij ministeriële regeling aangewezen gevallen niet voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in de artikelen 11.46, eerste lid, en 11.47, eerste lid, aanhef en onder b, die in een bij die regeling aangewezen gedragscode worden beschreven en die:

    1. aantoonbaar worden uitgevoerd in overeenstemming met die gedragscode; en

    2. plaatsvinden in het kader van:

      1. het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

      2. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw;

      3. een bestendig gebruik; of

      4. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

  2. Een gedragscode wordt bij ministeriële regeling alleen aangewezen, als:

    1. de daarin beschreven activiteiten voldoen aan artikel 8.74k, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    2. daarin een wijze van verrichten van activiteiten is beschreven, waarmee naar het oordeel van Onze Minister voor Natuur en Stikstof afdoende is gewaarborgd dat:

      1. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt van dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, en van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern; en

      2. de activiteiten met betrekking tot die dieren en planten zorgvuldig worden verricht.

  3. Activiteiten worden in ieder geval zorgvuldig verricht als:

    1. daarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de soorten waartoe de dieren of de planten behoren; en

    2. in redelijkheid alles wordt gedaan of nagelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat:

      1. de dieren worden gedood;

      2. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de dieren worden beschadigd of vernield;

      3. eieren van de dieren worden vernield; en

      4. de planten worden geplukt, afgesneden, ontworteld of vernield.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 18-08-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 26-10-2024 Historisch 02-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 07-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt in bij ministeriële regeling aangewezen gevallen niet voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in de artikelen 11.46, eerste lid, en 11.47, eerste lid, aanhef en onder b, die in een bij die regeling aangewezen gedragscode worden beschreven en die:

    1. aantoonbaar worden uitgevoerd in overeenstemming met die gedragscode; en

    2. plaatsvinden in het kader van:

      1. het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

      2. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw;

      3. een bestendig gebruik; of

      4. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

  2. Een gedragscode wordt bij ministeriële regeling alleen aangewezen, als:

    1. de daarin beschreven activiteiten voldoen aan artikel 8.74k, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    2. daarin een wijze van verrichten van activiteiten is beschreven, waarmee naar het oordeel van Onze Minister voor Natuur en Stikstof afdoende is gewaarborgd dat:

      1. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt van dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, en van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern; en

      2. de activiteiten met betrekking tot die dieren en planten zorgvuldig worden verricht.

  3. Activiteiten worden in ieder geval zorgvuldig verricht als:

    1. daarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de soorten waartoe de dieren of de planten behoren; en

    2. in redelijkheid alles wordt gedaan of nagelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat:

      1. de dieren worden gedood;

      2. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de dieren worden beschadigd of vernield;

      3. eieren van de dieren worden vernield; en

      4. de planten worden geplukt, afgesneden, ontworteld of vernield.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving