Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.84, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om:
- 1°
het exploiteren van een stortplaats, bedoeld in categorie 5.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- 2°
het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen als per dag 10 ton of meer gevaarlijke afvalstoffen worden ontvangen; en
- 3°
het verwijderen van niet-gevaarlijke afvalstoffen bij een capaciteit van 50 ton of meer per dag;
- 1°
verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1; en
zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3.