Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van de bodembeschermende voorziening voor opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen geloosd op of in de bodem of op een oppervlaktewaterlichaam als:
het niet in contact is geweest met het kuilvoer of de vaste bijvoedermiddelen; en
het niet is vermengd met daaruit vloeiende vloeistoffen.