Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 3.4.8

Voedingsmiddelenindustrie

Artikel 3.128

  1. Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

    1. het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken en verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

    2. het slachten van meer dan 10.000 kg levend gewicht aan dieren per week;

    3. het maken en bewerken van dierlijke of plantaardige oliën of vetten;

    4. het maken en bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren of dieren die worden gehouden voor hun pels; en

    5. het met een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW of met een oven met een aansluitwaarde van meer dan 100 kW maken van:

      1. zetmeel of suiker;

      2. vismeel of visolie; of

      3. levensmiddelen of voeder.

  2. De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.

  3. Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c tot en met e, als deze alleen worden verricht:

    1. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;

    2. voor educatieve doelen; of

    3. voor eigen landbouwhuisdieren bij een veehouderij.

Artikel 3.129

  1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken en verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.

  2. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.130

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het maken van dierlijke of plantaardige oliën en vetten;

  2. het maken van conserven van dierlijke en plantaardige producten;

  3. het maken van zuivel;

  4. het brouwen van bier of het mouten;

  5. het maken van siroop of suikerwaren;

  6. het slachten van dieren;

  7. het maken van zetmeel;

  8. het maken van vismeel of visolie; of

  9. het maken van suiker.

Artikel 3.131

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken of bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren of dieren die worden gehouden voor hun pels.

Artikel 3.132

  1. Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

    1. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

    2. de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in paragraaf 4.28;

    3. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

    4. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

    5. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

    6. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

    7. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

  2. Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

  3. Ook wordt voldaan aan de regels over:

    1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;

    2. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

    3. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

    4. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.129 tot en met 3.131;

    5. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

    6. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131.

Artikel 3.133

  1. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

    1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

    2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  2. Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving