-
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
het houden van landbouwhuisdieren.
-
Onder de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder b, valt niet het houden van ten hoogste:
10 stuks rundvee die als landbouwhuisdieren worden gehouden;
15 varkens die als landbouwhuisdieren worden gehouden;
350 kippen die als landbouwhuisdieren worden gehouden; en
25 overige landbouwhuisdieren.
-
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.
-
Onder de aanwijzing valt niet het houden van landbouwhuisdieren alleen:
voor natuurbeheer of beheer van de openbare ruimte;
voor educatieve doeleinden; of
bij onderzoeksinstellingen.
Besluit activiteiten leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 3.6.1
Artikel 3.201
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
Artikel 3.202
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het houden van:
meer dan 200 melkkoeien van 2 jaar en ouder, kalfkoeien van 2 jaar en ouder of zoogkoeien van 2 jaar en ouder;
meer dan 340 stuks vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, fokstieren jonger dan 2 jaar, melkkoeien van 2 jaar en ouder, kalfkoeien van 2 jaar en ouder of zoogkoeien van 2 jaar en ouder;
meer dan 50 paarden van 3 jaar en ouder of pony’s van 3 jaar en ouder;
meer dan 50 schapen van 1 jaar en ouder of geiten;
meer dan 2.500 kippen, kalkoenen, eenden of parelhoenders;
meer dan 50 vleesvarkens van 25 kg en meer, opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden of opfokzeugen van 25 kg en meer;
meer dan 50 kraamzeugen, guste zeugen, dragende zeugen en opfokzeugen van 25 kg en meer;
meer dan 500 gespeende biggen van minder dan 25 kg;
meer dan 50 vleeskalveren jonger dan 1 jaar, overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar of overig rundvee van 2 jaar en ouder; of
meer dan 50 overige landbouwhuisdieren.
Artikel 3.203
-
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het bereiden van drinkwater voor landbouwhuisdieren, bedoeld in paragraaf 4.81;
dierenverblijven, bedoeld in paragraaf 4.82;
het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in paragraaf 4.84;
het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
-
Ook wordt voldaan aan de regels over:
het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een PRTR-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.204
-
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.200 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
-
Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op gronden die worden gebruikt voor de teelt van gewassen in de openlucht.
-
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.