Een zandkogelvanger voldoet aan tabel 4.703.
Deel of kenmerk van de kogelvanger | Bij het schieten met: – vuistvuurwapens met een kaliber tot en met .22, – schoudervuurwapens met een kaliber tot en met .22, of – randvuurmunitie tot en met .22 Long Rifle | Bij het schieten met: – vuistvuurwapens met een kaliber tot .50, – overige vuurwapens met pistoolmunitie met een kaliber tot .50, of – historische vuistvuurwapens | Bij het schieten met: – schoudervuurwapens met een kaliber tot .50, of – historische schoudervuurwapens |
Zandkogelvanger | Helling ten minste 34 graden met horizontaal, nabij hoogst mogelijke inslag 0,75 m diepte | Helling ten minste 34 graden met horizontaal, nabij hoogst mogelijke inslag 1,0 m diepte | Helling ten minste 34 graden met horizontaal, nabij hoogst mogelijke inslag 1,2 m diepte |