-
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt het aansluitpunt van een vulleiding of leegzuigleiding van een ondergrondse opslagtank zich:
boven een vloeistofdichte bodemvoorziening; of
boven of in een vulpuntmorsbak.
-
Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider, als in de ondergrondse opslagtank gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger, oliën of vetten worden opgeslagen.
-
Het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarde voor olie, bedoeld in artikel 4.1003.
Inhoud
Artikel 4.990
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 02-10-2024.
Deze versie geldt vanaf 02-10-2024.
11-07-2026
Huidig
01-07-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
30-12-2025
Historisch
20-09-2025
Historisch
18-08-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
18-06-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
26-10-2024
Historisch
02-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
07-05-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
Tekst van deze versie
-
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt het aansluitpunt van een vulleiding of leegzuigleiding van een ondergrondse opslagtank zich:
boven een vloeistofdichte bodemvoorziening; of
boven of in een vulpuntmorsbak.
-
Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider, als in de ondergrondse opslagtank gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger, oliën of vetten worden opgeslagen.
-
Het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarde voor olie, bedoeld in artikel 4.1003.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.