-
De regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5 over milieubelastende activiteiten zijn gesteld met het oog op:
het waarborgen van de veiligheid;
het beschermen van de gezondheid; en
het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om:
- 1°
het beschermen tegen milieuverontreiniging;
- 2°
het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
- 3°
het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
- 4°
een doelmatig beheer van afvalstoffen;
- 5°
het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder;
- 6°
het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
- 7°
het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
- 8°
het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; of
- 9°
het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
- 1°
-
De regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5 over lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk zijn gesteld met het oog op:
het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;
het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; en
het beschermen van de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk.
Inhoud
Artikel 2.2
Tekst van deze versie
-
De regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5 over milieubelastende activiteiten zijn gesteld met het oog op:
het waarborgen van de veiligheid;
het beschermen van de gezondheid; en
het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om:
- 1°
het beschermen tegen milieuverontreiniging;
- 2°
het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
- 3°
het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
- 4°
een doelmatig beheer van afvalstoffen;
- 5°
het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder;
- 6°
het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
- 7°
het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
- 8°
het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; of
- 9°
het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
- 1°
-
De regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5 over lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk zijn gesteld met het oog op:
het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;
het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; en
het beschermen van de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk.
Nog geen automatische verwijzingen.