Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betogingen
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen, voorstellingen en dergelijke op een openbare plaats
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats
Afdeling Veiligheid van/op de openbare plaats
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen en terrassen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Toezicht Kansspelautomaten
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE e.d.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Afdeling

Parkeerexcessen

Artikel 5:1

Begripsbepalingen

  1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

    1. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

    2. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

    1. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

    2. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

Artikel 5:2

Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke

Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, niet toegestaan:

  1. 3 of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd op de weg te parkeren;

  2. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

Artikel 5:3

Verbod te koop aanbieden van voertuigen

Het is niet toegestaan een voertuig te parkeren op de weg en deze plaats te gebruiken met het kennelijke doel om deze auto te koop aan te bieden of te verhandelen.

Artikel 5.4

Verbod parkeren van defecte voertuigen

Het is niet toegestaan om een voertuig op de weg te parkeren:

  1. zonder kenteken als voor het rijden met het betrokken voertuig het voeren van zodanig kenteken wettelijk verplicht is;

  2. op de weg te parkeren langer dan drie achtereenvolgende dagen als er niet mee kan of mag worden gereden.

Artikel 5:5

Verbod parkeren voertuigwrakken

  1. Het is niet toegestaan om een autowrak op de weg te parkeren en/of achter te laten.

  2. Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud is, er niet mee kan of mag worden gereden en/of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.

  3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Bruidsschat Omgevingsplan.

Artikel 5:6

Verbod parkeren van autoweeswrakken

  1. Het is niet toegestaan om een autoweeswrak op de weg te parkeren en/of achter te laten.

  2. Onder autoweeswrak wordt verstaan een voertuigwrak waarvan de eigenaar van het autowrak op de weg niet kan worden achterhaald omdat zowel het kenteken als het chassisnummer niet te herleiden is.

  3. Het college kan voor de artikelen 5.4 tot en met 5.6 nadere regels stellen.

Artikel 5.7

Beperking parkeren kampeermiddelen

  1. Het is niet toegestaan een voertuig dat voor de recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

    1. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben;

    2. op de weg te parkeren bij, voor, naast of achter een bewoond perceel op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht vanuit dat perceel voor de bewoners op hinderlijke wijze wordt belemmerd;

    3. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte en/of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het college kan ontheffing verlenen:

    1. van het in het eerste lid onder a gestelde verbod voor de overige maanden dan die genoemd in het tweede lid;

    2. van het in het eerste lid onder c gestelde verbod.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening Zuid-Holland.

Artikel 5:8

Verbod parkeren van caravans, aanhangwagens in een parkeerschijfzone

Onverminderd het bepaalde in artikel 5:7 van deze Verordening is het de eigenaar of houder van een geheel of ten dele voor recreatie bestemd voertuig of een aanhangwagen niet toegestaan deze te parkeren in een parkeerschijfzone, als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, gedurende het (de) daarop aangegeven tijdvak(ken).

Artikel 5:9

Verbod parkeren van reclamevoertuigen

Het is niet toegestaan een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken.

Artikel 5:10

Verbod parkeren van grote voertuigen

  1. Het is niet toegestaan een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is niet toegestaan een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het verbod in het eerste en tweede lid zijn voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

  4. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde ontheffing verlenen.

  5. Het college kan nadere regels in het belang van het woon- en leefklimaat, veiligheid en ruimtelijke ordening opstellen ten aanzien van het verlenen van de ontheffing.

Artikel 5:11

Verbod parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen

  1. Het is niet toegestaan een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  2. Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:12

Verbod parkeren op aanbiedplaats huishoudelijk afval

Het is niet toegestaan op een door het college ten behoeve van de inzameldienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan op een daarbij aangeduide tijdsperiode en/of dag.

Artikel 5:13

Parkeren anders dan op de rijbaan

  1. Op een door het college aangewezen plaats, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte, is het niet toegestaan een voertuig te parkeren.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Artikel 5:14

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is niet toegestaan door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook met een voertuig te rijden of het daar te plaatsen en/of te laten staan.

  2. Het college kan een ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op:

    1. de weg;

    2. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;

    3. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

Artikel 5:15

Overlast van (elektrische) fiets of bromfiets

  1. Het is niet toegestaan op door het college, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare ruimte of gezondheid, aangewezen plaatsen (elektrische) fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  2. Het is niet toegestaan (elektrische) fietsen en bromfietsen, die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, in de openbare ruimte laten staan.

  3. Het is verboden op door het college, in het belang van het beheer van de openbare ruimte, aangewezen plaatsen (elektrische) fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

  4. Het is niet toegestaan om op of aan de weg (elektrische) fietsen of bromfietsen te parkeren:

    1. op een zodanige wijze voor of tegen een gebouw, dat daardoor voor een bewoner of gebruiker van dat gebouw de toegang of het uitzicht wordt belemmerd;

    2. op een zodanige wijze op een voetpad of trottoir, dat daardoor de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;

    3. op geleide lijnen die op de weg zijn aangebracht ten behoeve van visueel gehandicapten;

    4. op zodanige wijze dat daardoor het in- en uitstappen bij tram, bus taxi of gehandicaptenplaats gehinderd of belemmerd wordt;

    5. op zodanige wijze dat daardoor de functie van straatmeubilair gehinderd of belemmerd wordt;

    6. tegen monumenten of gedenktekens; of

    7. op een zodanige wijze dat daardoor de doorgang en opbouw op een markt wordt gehinderd of belemmerd.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2025