Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betogingen
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen, voorstellingen en dergelijke op een openbare plaats
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats
Afdeling Veiligheid van/op de openbare plaats
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen en terrassen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Toezicht Kansspelautomaten
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE e.d.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Afdeling

Evenementen

Artikel 2:21

Begripsbepalingen

  1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    1. bioscoop- en theatervoorstellingen;

    2. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:20 van deze Verordening;

    3. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    4. verrichtingen van vermaak die plaatsvinden in een openbare inrichting, waarvoor een vergunning krachtens artikel 2:27 van deze Verordening geldt, mits de vergunning mede betrekking heeft op deze verrichting van vermaak;

    5. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    6. activiteiten als bedoeld in artikel 2:8 van deze Verordening;

    7. sportwedstrijden die plaatsvinden in een openbare inrichting, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

  2. Onder evenement wordt mede verstaan:

    1. een herdenkingsplechtigheid;

    2. een braderie;

    3. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:6 van deze Verordening;

    4. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

    5. een snuffelmarkt;

    6. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s;

    7. het maken van filmopnamen ten behoeve van commerciële, creatieve dan wel educatieve doeleinden.

  3. Evenementen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:

    1. 0-evenement: evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het bezoekersaantal bedraagt maximaal 150 mensen;

    2. A-evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en het verkeer;

    3. B-evenement: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer;

    4. C-evenement: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.

  4. Onder organisator wordt verstaan: degene voor wiens rekening en risico een evenement plaatsvindt.

  5. Onder evenementenoverzicht wordt verstaan: de door het college jaarlijks vastgestelde kalender met B- en C- evenementen voor het volgende – aankomende – evenementenjaar.

  6. Bij evenementen gelden de door de EU vastgestelde vereiste regels over het gebruik van plastic wegwerpmateriaal.

Artikel 2:22

Evenementenvergunning

  1. Het is niet toegestaan zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te organiseren, toe te laten of feitelijk te leiden.

  2. De vergunning geldt voor één evenement.

  3. De burgemeester kan de vergunningaanvraag voor een A-evenement buiten behandeling stellen indien de aanvraag niet ten minste acht weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd en volledig is;

  4. De burgemeester kan de vergunningaanvraag voor een B- of C- evenement buiten behandeling stellen indien:

    1. de aanvraag niet ten minste acht weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd en volledig is;

    2. de vooraankondiging van een B of C evenementen niet voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenementenoverzicht wordt vastgesteld, is ingediend.

  5. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- en C-evenement indien de organisator:

    1. onder curatele staat;

    2. in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of

    3. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.

  6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 van deze verordening kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:

    1. dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid en/of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement;

    2. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;

    3. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd;

    4. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden voortgezet;

    5. de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt nodig is;

    6. de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd;

    7. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet;

    8. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke maatregel is genomen;

    9. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van de stad Maassluis;

    10. ten behoeve van de vergunningverlening onvolledige of onjuiste gegevens zijn verstrekt.

  7. De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op:

    1. de plaats en het tijdstip van het evenement;

    2. de benodigde technische voorzieningen;

    3. de inrichting van het evenemententerrein;

    4. het activiteitenprogramma;

    5. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;

    6. het verkeersplan.

  8. De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste:

    1. de plaats waar het evenement wordt gehouden;

    2. de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden;

    3. een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers;

    4. de inrichting van het evenemententerrein;

    5. het activiteitenprogramma;

    6. de mogelijke risico’s voor verstoring van de openbare orde en veiligheid;

    7. het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;

    8. de maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen.

  9. Risico verhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, worden door de organisator onverwijld aan de burgemeester gemeld.

  10. Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg als dit niet toegestaan is in artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994.

  11. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 van deze Verordening van deze Verordening kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:21, tweede lid, aanhef en onder f van deze Verordening weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.

  12. De burgemeester kan beleidsregels vaststellen over de beoordeling van slecht levensgedrag en het gebruik van deze bevoegdheid.

  13. De burgemeester kan ten behoeve van de viering van Koningsdag locaties en tijden aanwijzen waarbij het verbod van dit artikel niet van toepassing is voor de niet-commerciële verkoop van goederen door particulieren.

Artikel 2:23

0-evenementen

  1. Behoudens in door de burgemeester aangewezen gebieden, is het niet toegestaan zonder melding aan de burgemeester een 0-evenement te organiseren, toe te laten of feitelijk te leiden.

  2. Van een 0-evenement is sprake indien:

    1. het een evenement in de openlucht betreft, niet zijnde evenementen op eigen terrein;

    2. het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 150 personen;

    3. het een ééndaags evenement is dat plaatsvindt op maandag tot en met zaterdag tussen 9.00 en 23.00 uur of op een zon- of feestdag tussen 13.00 en 23.00 uur;

    4. het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A);

    5. het niet plaatsvindt op de rijbaan of een (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

    6. het geen extra politiecapaciteit vergt;

    7. slechts kleine objecten worden geplaatst met een totale oppervlakte van maximaal 25 m²;

    8. er geen ander evenement in de nabijheid plaatsvindt;

    9. er een organisator is.

  3. De organisator meldt het 0-evenement ten minste vijf werkdagen voordat het 0-evenement plaatsvindt, aan de burgemeester door middel van een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier.

  4. Toestemming voor het evenement is verleend indien:

    1. na ontvangst van het meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden, en

    2. de organisator een ontvangstbevestiging van het feit dat hij een melding heeft gedaan kan tonen.

  5. Indien naar het oordeel van de burgemeester uit nieuwe feiten of omstandigheden na de melding vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde kan de burgemeester alsnog bepalen dat het verbod ingevolge artikel 2.22, eerste lid van deze Verordening, onverkort geldt.

  6. Het eerste lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:21, tweede lid, aanhef en onder f van deze Verordening aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  7. Op het verbod tot schenken, nuttigen en bij zich dragen van alcoholhoudende dranken is voor een 0-evenement in artikel 2:62, derde lid van deze Verordening is het verlenen van een ontheffing van de burgemeester mogelijk op basis van artikel 2:62, vijfde lid van deze Verordening.

  8. De burgemeester kan beleidsregels vaststellen voor 0-evenementen.

Artikel 2:24

Ordeverstoring

  1. Het is de bezoeker niet toegestaan om in de aanloop naar, tijdens en na afloop in en om het evenement de orde te verstoren.

  2. Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van de autoriteiten in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.

  3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak of een herdenkingsplechtigheid.

Artikel 2.25

Openbare orde en veiligheid

  1. De burgemeester kan in de aanloop naar, tijdens, en na een evenement alle aanwijzingen geven die hij noodzakelijk acht ter handhaving van de openbare orde. De burgemeester bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie, brandweer en hulpverlening.

  2. De organisator van een evenement is verplicht in de aanloop naar, tijdens, en na het evenement:

    1. alle maatregelen te treffen ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde;

    2. het evenement onverwijld te beëindigen bij verstoring van de openbare orde of de vrees daarvoor; een aanwijzing van de burgemeester onverwijld op te volgen;

    3. ervoor te zorgen dat bij een verstoring van de openbare orde na een aanwijzing van de burgemeester, dan wel een ambtenaar van politie, of brandweer geen publiek meer tot het evenement wordt toegelaten.

  3. Het is voor bezoekers van een evenement tijdens en na het evenement:

    1. niet toegestaan zich op het evenemententerrein te gedragen met het kennelijke doel om de openbare orde of veiligheid te verstoren of te bedreigen;

    2. niet toegestaan al dan niet op het evenemententerrein – op of aan de weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen - voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren die kennelijk bestemd zijn om de openbare orde of veiligheid te verstoren;

    3. niet toegestaan zich op een evenemententerrein te begeven indien overeenkomstig het eerste, dan wel het tweede lid onder d opdracht is gegeven het evenemententerrein te verlaten;

    4. verplicht ter ordelijk verloop van een evenement of bij enig voorval waardoor wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, op een daartoe strekkende aanwijzing van een ambtenaar van de politie of brandweer, zijn weg te vervolgen of aanwijzingen van andere aard in het belang van de openbare orde of veiligheid van personen en goederen, dan wel ter beperking van gemeen gevaar, onverwijld en stipt op te volgen.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2025