1. Als het gedrag van de hond gevaarlijk of hinderlijk wordt geacht, is de eigenaar verantwoordelijk om maatregelen te nemen op eigen terrein, die voorkomen dat er schade aan anderen kan worden toegebracht.

  2. Het is de eigenaar of houder van een hond niet toegestaan deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:72 van deze Verordening, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.

  3. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet als:

    1. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

    2. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

    3. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.