1. Het is de exploitant of leidinggevende van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:26, eerste lid, onder a van deze Verordening, niet toegestaan dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur.

  2. Voor een bij een horecabedrijf behorend terras geldt een sluitingstijd van 01:00 uur.

  3. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden als bedoeld in het eerste of tweede lid vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf tot uiterlijk 04.00 uur.

  4. De burgemeester kan eenmaal per kalenderjaar een ontheffing verlenen van de in het eerste en derde lid genoemde sluitingstijden tot uiterlijk 04.00 en ten behoeve van oudejaarsnacht tot uiterlijk 05.00 uur (nacht van 31 december op 1 januari volgend daarop), waarbij het de exploitant of leidinggevende is toegestaan het horecabedrijf, met uitzondering van het terras, voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. Met deze ontheffing, het zogenaamde Verlaatje, kan maximum acht maal per jaar gebruik gemaakt worden van deze ontheffing mits de exploitant of leidinggevende uiterlijk drie werkdagen voor de dag waarop de festiviteit plaatsvindt, van de festiviteit melding heeft gedaan bij de burgemeester.

  5. De burgemeester kan uitsluitend ontheffing als bedoeld in het vierde lid verlenen aan een horecabedrijf dat beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:27 van deze Verordening. Er wordt geen ontheffing verleend aan een horecabedrijf dat beschikt over een kortlopende exploitatievergunning en ook niet aan een horecabedrijf van een paracommerciëel rechtspersoon als bedoeld in de Alcoholwet.

  6. Bij de ontheffing als bedoeld in het vierde lid zijn de geluidsnormen als bedoeld bij of krachtens de Omgevingswet en artikel 4:4 van deze Verordening onverminderd van toepassing.

  7. De burgemeester kan de ontheffing als bedoeld in het vierde lid weigeren indien naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze door de afwijking van de sluitingstijden nadelig wordt beïnvloed.

  8. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door bij of krachtens de Omgevingswet.

  9. De burgemeester kan beleidsregels vaststellen over het gebruik van deze bevoegdheid.