1. De exploitant en leidinggevende van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:26, eerste lid, onder a van deze Verordening, zijn verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van hun horecabedrijf geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten het horecabedrijf brengen.

  2. Het is de exploitant en leidinggevende van een horecabedrijf dat is gelegen aan een door de burgemeester bij openbare kennisgeving aangewezen openbare plaats, niet toegestaan drank in drinkgerei van glas te verstrekken gedurende een door de burgemeester in die openbare kennisgeving aangegeven periode.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid genoemde verbod.

  4. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een ontheffing kan al dan niet tijdelijk worden ingetrokken of gewijzigd.

  5. Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor restaurants.