1. De burgemeester kan de sluiting van een gebouw, gedeelte van een gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend bevelen, als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met het verbod uit artikel 2:50, tweede lid van deze Verordening wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in artikel 2:51, tweede lid sub a tot en met i van deze Verordening van toepassing is.

  2. Het is een ieder niet toegestaan een overeenkomstig dit artikel gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

  3. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien (later bekend geworden) feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.