1. Het bevoegd gezag kan de in artikel 4:22, eerste lid, bedoelde vergunning in ieder geval weigeren, dan wel onder voorwaarden verlenen, in het belang van:

    1. natuur- en milieuwaarden;

    2. landschappelijke waarden;

    3. cultuurhistorische waarden;

    4. waarden van stads- en dorpsschoon;

    5. waarden voor recreatie en leefbaarheid.

    Het bevoegd gezag kan hierbij de boomwaarde als criterium hanteren.

  2. Het bevoegd gezag kan de in artikel 4.22, eerste lid, bedoelde vergunning in ieder geval niet weigeren ingeval voldaan moet worden aan de verplichting ingevolge het bepaalde in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek.