-
De winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht om:
de winkelwagentjes te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en
maatregelen te treffen waarmee kan worden voorkomen dat de winkelwagentjes worden achtergelaten in de openbare ruimte, anders dan een daarvoor aangewezen verzamelplaats voor de winkelwagentjes;
de door het publiek op de weg achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van de winkel.
-
Het is niet toegestaan een winkelwagentje na gebruik in de openbare ruimte achter te laten anders dan op de daarvoor door de eigenaar van de winkelwagentjes aangewezen verzamelplaats.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betogingen
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen, voorstellingen en dergelijke op een openbare plaats
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats
Afdeling Veiligheid van/op de openbare plaats
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen en terrassen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Toezicht Kansspelautomaten
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE e.d.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Afdeling
Artikel 2:13
Verbod hinderen verkeer door beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is niet toegestaan beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:14
Verbod openen straatkolken en dergelijke
Het is degene die daartoe niet bevoegd is niet toegestaan een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:15
Gevaarlijke kelderingangen en dergelijke
-
Om de weg veilig te kunnen gebruiken mogen kelderingangen, indiepingen als gaten, richels en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk geen gevaar voor de veiligheid van weggebruikers opleveren.
-
Het eerste lid is niet van toepassing als er al in wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3 van het Wetboek van Strafrecht:
de eigenaar of gebruiker die ten opzichte van toegangen tot of openingen van kluizen, kelders, onderaardse lokalen en ruimten, waar die op de openbare weg uitkomen, niet de nodige voorzorgsmaatregelen neemt ten behoeve van de veiligheid van de voorbijgangers;
hij die bij een verrichting op of aan de openbare weg niet de nodige maatregelen neemt om voorbijgangers tegen mogelijk gevaar te waarschuwen.
Artikel 2:16
Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp openbare plaats
-
Om het deel van de openbare plaats dat bestemd is voor gebruik voor voetgangers of (brom) fietsen veilig te kunnen gebruiken, is het niet toegestaan om op, aan of boven dat bestemde deel op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen te hebben hangen of aan te brengen lager dan 2,2 meter.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht tenzij door de specifieke situatie ter plaatse toch gevaar voor weggebruikers wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt.
-
Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als het om gevaarlijk rijgedrag dat strafbaar is gesteld in artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW ‘94): het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
Artikel 2:17
Vallende voorwerpen
Om veilig gebruik te kunnen maken van openbare plaatsen is het niet toegestaan om aan een openbare plaats of aan enig deel van een bouwwerk voorwerpen te plaatsen of te bevestigen die door een niet deugdelijke beveiliging van het voorwerp kunnen neervallen.
Artikel 2:18
Verbod dragen gevaarlijke voorwerpen
-
Het is niet toegestaan op een openbare plaats, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, een mes, slagwapen, knuppel, katapult, pijl en boog of een ander voorwerp dat als wapen kan worden gebruikt, bij zich te dragen.
-
Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:19
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk noodzakelijke voorwerpen, borden of voorzieningen in het belang van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien in hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:20
Verbod op slapen op of aan de weg
-
Het is niet toegestaan om in de openlucht de weg als slaapplaats te gebruiken of op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of een ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden.
-
Het college kan een ontheffing verlenen en daaraan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden ter voorkoming en beperking van hinder en overlast, het aanzien van de woon en werkomgeving, verontreiniging, verspreiding van besmettelijke ziekten en brandgevaar.
-
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt.