1. Degene die de zorg heeft voor een dier, moet zo goed als mogelijk voorkomen dat dit voor een omwonende en de omgeving waarin het dier zich beweegt hinder veroorzaakt.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Besluit activiteiten Leefomgeving of vergelijkbare regelgeving.

  3. Ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid is het, op de door het college aangewezen plaatsen, niet toegestaan om buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

    1. aanwezig te hebben;

    2. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;

    3. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.

  4. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het derde lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer niet toegestaan als bedoeld in het eerste lid.