Aan de te verlenen vergunningen zoals genoemd in artikel 2:93 van deze Verordening worden de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
In de inrichting mogen alleen kansspelautomaten worden opgesteld welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid, bedoelde vergunning verleend door de Kansspelautoriteit. Bij de aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning genoemd in artikel 2:93 van deze Verordening dient de aanvrager dan ook een bewijs hiervan te overleggen;
de vergunninghouder mag op geen enkele wijze door middel van reclame of enig andere vorm van werving het aanwezig hebben van (een) kansspelautoma(a)t(en) kenbaar maken;
de vergunning is slechts van toepassing op toegelaten kansspelautomaten;
de vergunning wordt verleend voor een periode van 3 jaar;
de vergunning kan te allen tijde worden ingetrokken, indien de bepalingen van de Wet en de aan de vergunning verbonden voorschriften worden overtreden;
de vergunninghouder wordt geacht de aan de vergunning verbonden voorwaarden te hebben aanvaard;
de vergunning dient in de inrichting aanwezig te zijn;
de vergunninghouder draagt zorg voor beleid ter voorkoming van kansspelverslaving;
de vergunninghouder zorgt dat de kansspelautomaten zodanig zijn opgesteld dat het personeel er te allen tijde goed zicht op heeft.