1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid van deze Verordening, wordt geweigerd indien:

    1. de exploitant of de leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 3:7 van deze Verordening gestelde eisen;

    2. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4 van deze Verordening;

    3. de exploitant of beheerder is ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;

    4. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

  2. In afwijking van artikel 1:7 van deze Verordening kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, van deze Verordening, worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. het voorkomen of beperken van overlast;

    3. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    4. de veiligheid van personen of goederen;

    5. de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    6. de gezondheid of zedelijkheid;

    7. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.