Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betogingen
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen, voorstellingen en dergelijke op een openbare plaats
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats
Afdeling Veiligheid van/op de openbare plaats
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen en terrassen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Toezicht Kansspelautomaten
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE e.d.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

In deze Verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. aanwijzingsbesluit: een besluit waarin het college of de burgemeester, daar waar deze Verordening deze mogelijkheid expliciet openstelt, ieder vanuit de eigen bevoegdheid en voorwaarden, gebruik hebben gemaakt van de bevoegdheid om een aanwijzing te geven.

  2. bebouwde kom: bij een besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom of kommen binnen de gemeente.

  3. beheerder van een:

    1. openbare inrichting - de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in de inrichting;

    2. bedrijf - de exploitant alsmede een andere natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld, die de feitelijke leiding heeft over de bedrijfsmatige activiteiten;

    3. seksinrichting of escortbedrijf - een natuurlijke persoon die de onmiddellijke leiding uitoefent in de inrichting of het bedrijf.

  4. beperkingengebiedactiviteit: is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Ter bescherming gelden beperkingen die het bevoegd gezag aanwijst. Om de functie van het werk of object te beschermen, gelden er beperkingen in een aangewezen gebied daaromheen. Het bevoegd gezag wijst dat gebied op kaart aan. De beperkingen gelden voor activiteiten in dit gebied, het beperkingengebied;

  5. bevoegd bestuursorgaan: krachtens deze Verordening aangeduid als bevoegd bestuursorgaan;

  6. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning;

  7. bouwwerk: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

  8. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

  9. college: college van burgemeester en wethouders van Maassluis;

  10. gebouw: een gebouw is een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt zoals gedefinieerd in de Omgevingswet;

  11. handelaar: opkoper en handelaar in gebruikte en ongeregelde goederen, metalen als ook legeringen en metalloïden, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto's, motorfietsen, bromfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio- en videoapparatuur en apparatuur voor automatische registratie;

  12. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  13. motorvoertuig: gemotoriseerd voertuig behalve bromfiets, fiets met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuig, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen;

  14. openbare inrichting: een plek waar bezoekers kunnen slapen, drinken en/of eten zoals een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis en een terras dat bij de openbare inrichting behoort.

  15. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  16. openbare plaats: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek niet begrepen een gebouw of besloten plaatsen;

  17. openbare weg: een weg die voor een ieder vrij toegankelijk is. Van vrije toegankelijkheid is sprake indien de eigenaar van de grond waarop de weg is gelegen het gebruik van de weg door het publiek heeft toegelaten;

  18. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;

  19. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

  20. vaartuigen: alle (plezier)vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten;

  21. voertuig: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

  22. weg: alle voor het verkeer openbare wegen en trottoirs met inbegrip van de aan de weg liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

  23. weggebruiker: een persoon die deelneemt aan het verkeer op de openbare weg als voetgangers of bestuurders;

  24. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1:3

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een op basis van deze Verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie op basis van deze Verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:4

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze Verordening anders is bepaald.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:5

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

    1. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten die zijn opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

    3. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    4. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

    5. indien de houder dit verzoekt.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6

Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd

Een op basis van deze Verordening verleende vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij of krachtens deze Verordening anders is bepaald, in de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich verzet tegen een onbepaalde geldingsduur

Artikel 1:7

Weigeringsgronden

  1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde/overlast;

    2. de openbare veiligheid;

    3. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    4. de volksgezondheid;

    5. de bescherming van het milieu;

    6. de zedelijkheid.

  2. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde algemene weigeringsgronden kunnen per artikel bijzondere weigeringsgronden worden genoemd.

  3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan zes weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  4. Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of ontheffingen, kan de in het derde lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste twaalf weken.

Artikel 1:8

Toepassing paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht

De regels rond positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen uit paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene Wet Bestuursrecht is van toepassing op de volgende artikelen in deze Verordening:

  • Artikel 2:7 lid 4 Niet van toepassing verbod gedrukte of geschreven stukken;

  • Artikel 2:8 lid 4 Ontheffing verbod optreden als straatartiest;

  • Artikel 2:9 lid 2 Vergunning voorwerpen of stoffen openbare plaats;

  • Artikel 2:10 (Omgevings)vergunning aanleggen, beschadigen veranderen van een weg;

  • Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning maken veranderen van een weg;

  • Artikel 2:23 Melding 0-evenement;

  • Artikel 2:35 lid 4 Ontheffing sluitingstijden;

  • Artikel 2:77 lid 2 Vrijstelling verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister;

  • Artikel 5:16 lid 1 Vergunning inzameling van geld of goederen of leden-of donateur werving (collectevergunning);

  • Artikel 5:18 Vergunning venten en dergelijke;

  • Artikel 5:19 lid 3 Ontheffing verbod venten met gedrukte of geschreven stukken;

  • Artikel 5:36 lid 4 Ontheffing verbod incidentele as verstrooiing.

Artikel 1:9

Geen toepassing paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene Wet Bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze Verordening:

  • Artikel 2:1 lid 4 Ontheffing verbod te begeven op openbare plaatsen die zijn afgezet;

  • Artikel 2:20 lid 2 Ontheffing verbod slapen op of aan de weg;

  • Artikel 2:22 Vergunning evenementen;

  • Artikel 2:27 (Tijdelijke) exploitatievergunning horeca;

  • Artikel 2:28 Terrasvergunning;

  • Artikel 2:39 lid 3 Ontheffing verbod drank in glas;

  • Artikel 2:50 Vergunning exploitatie bedrijf;

  • Artikel 2:55 lid 4 Ontheffing betreden gesloten woning of lokaal;

  • Artikel 2:81 Vergunning ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk;

  • Artikel 2:82 Ontheffing bezigen van consumentenvuurwerk op aangewezen plaats;

  • Artikel 3:4 Vergunning seksinrichting;

  • Artikel 4:4 Ontheffing onversterkte muziek;

  • Artikel 4:5 lid 2 Ontheffing verbod geluidhinder in de openlucht;

  • Artikel 4:8 lid 2 Ontheffing routering;

  • Artikel 4:9 lid 2 Ontheffing verbod bouwwerkzaamheden;

  • Artikel 4:10 lid 2 Ontheffing overige geluidhinder;

  • Artikel 4:19 lid 3 Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen;

  • Artikel 5:7 lid 3 Ontheffing parkeren kampeervoertuig;

  • Artikel 5:10 lid 5 Ontheffing parkeren grote voertuigen;

  • Artikel 5:14 lid 3 Ontheffing rijden door een park of plantsoen of voertuig daarin doen of laten staan;

  • Artikel 5:21 Standplaatsvergunning;

  • Artikel 5:25 Vergunning ligplaats woonschepen en overige vaartuigen;

  • Artikel 5:33 lid 6 Ontheffing verkeer in natuurgebieden;

  • Artikel 5:34 lid 3 Ontheffing verbod afvalstoffen verbranden.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2025