Energieregeling Laatste controle 14-05-2026, laatste wijziging 05-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Contractuele verhouding tussen eindafnemer en leverancier of actieve afnemer en marktdeelnemer die aggregeert
Afdeling 2.2 Vergunning leveranciers
Paragraaf 2.2.1 Vergunningplicht
Paragraaf 2.2.2 Eisen vergunning: organisatorische, financiële en technische kwaliteiten en deskundigheid
Paragraaf 2.2.3 Aanvraag vergunning
Paragraaf 2.2.4 Verplichtingen vergunninghouder
Afdeling 2.3 Leveranciersmodel
Afdeling 2.4 Voorkomen beëindiging levering en maatregelen leveringszekerheid
Afdeling 2.5 Erkenning meetverantwoordelijke partij
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder en transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee inzake beheer en ontwikkeling
Afdeling 3.2 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake aansluiten en transporteren
Afdeling 3.3 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake balanceren
Afdeling 3.5 Bijzondere taken transmissiesysteembeheerder voor gas
Afdeling 3.6 Verplichtingen transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake kwaliteitsborging, calamiteiten en voorvallen
Afdeling 3.7 Procedures tarieven en methoden of voorwaarden transmissie- en distributiesysteembeheerders
Afdeling 3.8 Procedures tarieven en methoden of voorwaarden bijzondere systeembeheerders
Afdeling 3.9 Kredietwaardigheid en boekhoudverplichting systeembeheerders
Afdeling 3.10 Overige taken en verplichtingen systeembeheerders
Afdeling 3.11 Ontheffingen nieuwe systemen
Afdeling 3.12 Schadevergoeding transmissiesysteem voor elektriciteit op zee
Hoofdstuk 4 Uitvoering, toezicht en handhaving
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Bijlage 1 bedoeld in artikel 3.16, eerste lid
Bijlage 2 bedoeld in de artikelen 2.15, tweede lid, onderdeel b, en 2.16, tweede lid, onderdelen b en c
Bijlage 3 bedoeld in artikel 4.4, tweede lid

Afdeling 4.1

Uitvoering en toezicht

Artikel 4.1

  1. De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in:

    1. artikel 4, eerste lid, van gedelegeerde verordening 2024/1366.

    2. artikel 3, tweede lid, van verordening 2017/1938;

    3. artikel 3, eerste lid, van verordening 2019/941.

  2. De minister is belast met de taak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening 2017/1938.

  3. De minister is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens verordening 2019/943, een besluit te nemen inzake de aanpassing van de voor Nederland geldende biedzone, bedoeld in de artikelen 14 en 15 van verordening 2019/943.

Artikel 4.2

De artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 26, 27, 28, tweede en derde lid, 29, zesde lid, 30, eerste en tweede lid, 31, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste en tweede lid, 33, derde, vierde en vijfde lid, 38, eerste, derde, vierde en zesde tot en met negende lid, 39, eerste, tweede en derde lid, 40, vierde lid, 41, vijfde tot en met tiende en dertiende tot en met zestiende lid, 43, eerste tot en met vierde lid, 44, eerste lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en achtste lid en 48, tiende lid, van gedelegeerde verordening 2024/1366 zijn aangewezen voorschriften als bedoeld in de artikelen 5.17, eerste lid, onderdeel b, en 5.18, eerste lid, onderdeel c, en 5.21, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

Artikel 4.3

  1. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit heeft de taak een nationale beoordeling van de toereikendheid van de elektriciteitsvoorziening als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van verordening 2019/943 te verrichten en hiervan een verslag op te stellen.

  2. Het verslag wordt jaarlijks opgesteld overeenkomstig artikel 24, eerste en derde lid, van verordening 2019/943 en wordt gepubliceerd op een website van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit.

Artikel 4.4

  1. Een melding tot wijziging van zeggenschap als bedoeld in artikel 6.3, eerste of tweede lid, van de wet geschiedt uiterlijk vier maanden voor de datum van de voorgenomen wijziging.

  2. Een melding als bedoeld in artikel 6.3, eerste of tweede lid, van de wet wordt ingediend door middel van het formulier dat is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.

  3. De termijn voor het nemen van een beschikking, bedoeld in artikel 6.3, derde lid, van de wet is vier maanden na de melding.

  4. Indien na een melding blijkt dat er sprake is van een buitenlandse directe investering die valt binnen de reikwijdte van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PbEU 2019, L 79), kan de termijn, bedoeld in het derde lid, met ten hoogste drie maanden verlengd worden.

  5. De termijn, bedoeld in het derde lid, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de minister op grond van artikel 5.22 van de wet verzoekt om aanvullende informatie, tot de dag waarop de verzochte informatie is verstrekt.

  6. Een melding gaat vergezeld van de gegevens en bescheiden, bedoeld in paragraaf 6 van het meldingsformulier.

  7. Een melding wordt gedaan:

    1. per post op het volgende adres: Ministerie van Klimaat en Groene Groei t.a.v. Bureau Toetsing Investeringen Postbus 20401 2500 EK Den Haag, of

    2. door persoonlijke overhandiging op werkdagen tussen 8.00 uur en 17.00 uur op het volgende adres: Ministerie van Klimaat en Groene Groei t.a.v. Bureau Toetsing Investeringen Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag.

← terug naar Energieregeling