1. Voor het bepalen van de windsnelheid, bedoeld in artikel 3.51, vierde lid, van het besluit, wordt gebruik gemaakt van metingen van de volgende meetstations:

  2. Indien de op grond van artikel 3.48 bepaalde windrichting tussen 0 en 180 graden is, wordt alleen gebruik gemaakt van de gegevens van meetstations op zee.

  3. Indien met betrekking tot de windsnelheid sprake is van onvoldoende beschikbaarheid van gegevens als bedoeld in artikel 3.51, wordt de windsnelheid bepaald op basis van metingen van de windsnelheid door één of meerdere LiDAR-systemen binnen of nabij het desbetreffende windenergiegebied.