1. Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een solide financiële positie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij in ieder geval beschikt over een solvabiliteitsprognose, een liquiditeitsprognose, een risicomanagementplan en een beschrijving van de procedures die de leverancier intern heeft ingericht om blijvend te voldoen aan de vergunningseisen en voor het treffen van herstelmaatregelen als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid.

  2. Uit de solvabiliteitsprognose blijkt in ieder geval dat gedurende een periode van drie jaar:

    1. het eigen vermogen positief is; en

    2. de vermogensstructuur, gelet op de risicobereidheid, voldoende financieel weerbaar is voor het opvangen van de volgende risico’s:

      1. marktrisico’s;

      2. debiteurenrisico’s;

      3. tegenpartijrisico’s;

      4. liquiditeitsrisico’s;

      5. operationele risico’s;

      6. risico’s als gevolg van andere activiteiten dan de levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting;

      7. andere risico’s voor de financiële positie;

  3. Uit de liquiditeitsprognose blijkt dat de stand van de liquide middelen gedurende de volgende twaalf maanden positief is.

  4. De liquiditeitsprognose:

    1. maakt onderscheid tussen de operationele kasstroom, de investeringskasstroom en de financieringskasstroom;

    2. geeft inzicht in een maandelijkse stand van de liquide middelen bij een voortdurend en tijdig voldoen aan de leveringsverplichtingen en betalingsverplichtingen van de leverancier, waarin alle openstaande verplichtingen worden meegenomen;

    3. indien er financiering wordt ontvangen, voorziet in onderbouwing hiervoor met gegevens of bescheiden;

    4. blijft gedurende de in de aanhef bedoelde periode van twaalf maanden positief in verschillende scenario’s met inbegrip van volatiele marktomstandigheden.

  5. Het risicomanagementplan betreft een periode van ten minste drie jaar, en bevat in ieder geval:

    1. de doelgroep van de leverancier en hoe hij aan de vraag naar de levering van elektriciteit en gas verwacht te voldoen;

    2. een beschrijving van de risico’s voor de leverancier, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en welke maatregelen de vergunninghouder neemt om deze risico’s en andere risico’s die de soliditeit van de leverancier kunnen aantasten te beheersen;

    3. de risicobereidheid van de leverancier met inbegrip van de mate waarin de leverancier bereid is de risico’s, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, te nemen.