Energieregeling Laatste controle 14-05-2026, laatste wijziging 05-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Contractuele verhouding tussen eindafnemer en leverancier of actieve afnemer en marktdeelnemer die aggregeert
Afdeling 2.2 Vergunning leveranciers
Paragraaf 2.2.1 Vergunningplicht
Paragraaf 2.2.2 Eisen vergunning: organisatorische, financiële en technische kwaliteiten en deskundigheid
Paragraaf 2.2.3 Aanvraag vergunning
Paragraaf 2.2.4 Verplichtingen vergunninghouder
Afdeling 2.3 Leveranciersmodel
Afdeling 2.4 Voorkomen beëindiging levering en maatregelen leveringszekerheid
Afdeling 2.5 Erkenning meetverantwoordelijke partij
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder en transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee inzake beheer en ontwikkeling
Afdeling 3.2 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake aansluiten en transporteren
Afdeling 3.3 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake balanceren
Afdeling 3.5 Bijzondere taken transmissiesysteembeheerder voor gas
Afdeling 3.6 Verplichtingen transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake kwaliteitsborging, calamiteiten en voorvallen
Afdeling 3.7 Procedures tarieven en methoden of voorwaarden transmissie- en distributiesysteembeheerders
Afdeling 3.8 Procedures tarieven en methoden of voorwaarden bijzondere systeembeheerders
Afdeling 3.9 Kredietwaardigheid en boekhoudverplichting systeembeheerders
Afdeling 3.10 Overige taken en verplichtingen systeembeheerders
Afdeling 3.11 Ontheffingen nieuwe systemen
Afdeling 3.12 Schadevergoeding transmissiesysteem voor elektriciteit op zee
Hoofdstuk 4 Uitvoering, toezicht en handhaving
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Bijlage 1 bedoeld in artikel 3.16, eerste lid
Bijlage 2 bedoeld in de artikelen 2.15, tweede lid, onderdeel b, en 2.16, tweede lid, onderdelen b en c
Bijlage 3 bedoeld in artikel 4.4, tweede lid

Hoofdstuk 2

Energiemarkten

Artikel 2.1

De hoogte van de waarborgsom, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het besluit, is redelijk en passend en bedraagt ten hoogste een derde deel van het totaalbedrag van de verwachte jaarafrekening.

Artikel 2.2

  1. De klachtenprocedure, bedoeld in de artikelen 2.8 en 2.36 van de wet, voorziet erin dat:

    1. de behandeling van een klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest;

    2. de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis wordt gesteld van de bevindingen naar aanleiding van de klacht en van de conclusies die daaraan worden verbonden.

  2. De behandeling van een klacht van een eindafnemer wordt zo spoedig mogelijk afgerond.

  3. De behandeling van een klacht van een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming wordt binnen acht weken afgerond.

Artikel 2.3

  1. Een leverancier verstrekt ten minste eenmaal per jaar een factuur aan zijn eindafnemers voor de levering van elektriciteit of gas.

  2. Een marktdeelnemer die aggregeert verstrekt ten minste eenmaal per jaar een factuur aan zijn actieve afnemers voor het afnemen van teruggeleverde elektriciteit of voor het verlenen van een vraagresponsdienst.

Artikel 2.4

Een leverancier of een marktdeelnemer die aggregeert, verstrekt op verzoek van een eindafnemer nadere uitleg over de totstandkoming van de factuur.

Artikel 2.5

  1. Een leverancier zorgt ervoor dat een factuur de volgende gegevens bevat:

    1. de periode waarop de factuur betrekking heeft;

    2. de totale hoeveelheid geleverde elektriciteit of gas in de betreffende periode;

    3. de totale kosten voor de afgenomen elektriciteit of gas in de betreffende periode, met de tariefnaam en waar mogelijk met inbegrip van een uitsplitsing van de kosten;

    4. de verbruiksafhankelijke kosten voor de afgenomen elektriciteit of gas in de betreffende periode;

    5. de verbruiksonafhankelijke kosten voor de afname van elektriciteit of gas in de betreffende periode;

    6. de naam en contactgegevens van de leverancier;

    7. dag waarop de in de leveringsovereenkomst vastgelegde vaste prijsperiode afloopt;

    8. informatie over de mogelijkheid en de voordelen van overstappen;

    9. de unieke identificatiecode van het allocatiepunt dat is opgenomen in de leveringsovereenkomst of de leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel;

    10. informatie over de rechten van de eindafnemers inzake buitengerechtelijke geschillenbeslechting, met inbegrip van de contactgegevens van de instantie voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting;

    11. de dag waarop betaling uiterlijk verschuldigd is of de terugbetaling zal plaatsvinden;

    12. indien gedurende de periode waarop de factuur betrekking heeft is opgezegd, de hoogte van de opzegvergoeding en de wijze van berekening daarvan;

    13. in voorkomend geval, de netto hoeveelheid van de door een eindafnemer verbruikte elektriciteit in de betreffende periode en de kosten daarvan.

  2. Een leverancier zorgt ervoor, onverminderd het eerste lid, dat een factuur van een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming de volgende gegevens bevat:

    1. het telefoonnummer van de klantenservice;

    2. informatie over het informatieloket, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

    3. een verwijzing naar de plaats waar een vergelijkingsinstrument als bedoeld in artikel 2.68 van de wet te vinden is.

  3. Een leverancier verstrekt een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming ten minste eenmaal per jaar bij de factuur een voorblad dat de volgende informatie bevat:

    1. de totale hoeveelheid geleverde elektriciteit of gas in de betreffende periode;

    2. in voorkomend geval, de totale hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit in de betreffende periode;

    3. de totale kosten in de betreffende periode;

    4. de totale in rekening gebrachte kosten in de betreffende periode;

    5. of betaling verschuldigd is aan de leverancier of de leverancier een terugbetaling verschuldigd is over de betreffende periode;

    6. indien de leverancier een termijnbedrag hanteert, het overeengekomen of voorgestelde termijnbedrag voor de periode na de periode waarop de factuur betrekking heeft;

  4. De kosten voor levering aan de eindafnemer bestaan uit de volgende componenten, bedoeld in bijlagen I en II van verordening 2016/1952:

    1. energie en levering;

    2. netwerkcomponent, met inbegrip van transmissie en distributie;

    3. belastingen, heffingen, vergoedingen en kosten.

  5. Indien op de factuur een nadere uitsplitsing van de kosten voor levering aan eindafnemers wordt opgenomen, worden de kosten uitgesplitst met gebruik van de begripsomschrijvingen in bijlagen I en II van verordening 2016/1952.

Artikel 2.6

  1. Een marktdeelnemer die aggregeert zorgt ervoor dat een factuur de volgende gegevens bevat:

    1. de periode waarop de factuur betrekking heeft;

    2. de totale hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit of de verandering van het verbruik of de invoeding van elektriciteit als onderdeel van een vraagresponsdienst in de betreffende periode;

    3. de totale vergoeding voor de teruggeleverde elektriciteit of de verandering van het verbruik of de invoeding van elektriciteit als onderdeel van een vraagresponsdienst in de betreffende periode, en in voorkomend geval de daaraan verbonden kosten;

    4. de dag waarop betaling uiterlijk zal plaatsvinden;

    5. de naam en contactgegevens van de marktdeelnemer die aggregeert, met inbegrip van een telefonische klantenservice voor een actieve afnemer die tevens huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is, en het e-mailadres;

    6. de einddatum van de aggregatieovereenkomst;

    7. de unieke identificatiecode van het allocatiepunt dat is opgenomen in de aggregatieovereenkomst;

  2. Een marktdeelnemer die aggregeert verstrekt een actieve afnemer die tevens een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming is ten minste eenmaal per jaar bij de factuur een voorblad in begrijpelijke taal dat de volgende informatie bevat:

    1. de totale hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit of de verandering van het verbruik of de invoeding van elektriciteit als onderdeel van een vraagresponsdienst in de betreffende periode;

    2. de totale vergoeding, en in voorkomend geval de kosten, in de betreffende periode;

    3. of de actieve afnemer een vergoeding ontvangt of aan de marktdeelnemer die aggregeert betaling verschuldigd is;

    4. de overeengekomen of voorgestelde periodiek verschuldigde vergoeding voor de periode na de periode waarop de factuur betrekking heeft.

Artikel 2.7

  1. Een leverancier baseert de in rekening gebrachte kosten op een factuur op de op grond van de artikelen 4.9 tot en met 4.11 van de wet verstrekte gegevens, tenzij die gegevens niet beschikbaar of onbetrouwbaar zijn.

  2. Indien een leverancier actief is op een primair allocatiepunt van een aangeslotene met een kleine aansluiting die beschikt over een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit of een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is uitgeschakeld, kan hij, in afwijking van het eerste lid, de factuur baseren op overeenkomstig artikel 2.54, derde lid, van de wet vastgestelde meetgegevens.

Artikel 2.8

  1. Een leverancier verstrekt ten minste eenmaal per zes maanden een verbruikskostenoverzicht aan een eindafnemer.

  2. Op verzoek van een eindafnemer verhoogt een leverancier de frequentie van het verstrekken van een verbruikskostenoverzicht naar ten minste eenmaal per drie maanden.

  3. Een leverancier verstrekt ten minste iedere maand een verbruikskostenoverzicht aan een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld.

  4. Op verzoek van een eindafnemer verlaagt een leverancier de frequentie van het verstrekken van een verbruikskostenoverzicht.

Artikel 2.9

  1. Een leverancier stelt het verbruikskostenoverzicht op in duidelijke en begrijpelijke taal.

  2. Een leverancier verstrekt op verzoek van een eindafnemer nadere uitleg over de totstandkoming van een verbruikskostenoverzicht.

  3. Een verbruikskostenoverzicht heeft betrekking op de individuele situatie van een eindafnemer en bevat geen betalingsverzoek.

Artikel 2.10

  1. Een leverancier zorgt ervoor dat, indien één keer per zes maanden een verbruikskostenoverzicht wordt verstrekt, het verbruikskostenoverzicht de volgende gegevens bevat:

    1. de periode waarop het verbruikskostenoverzicht betrekking heeft;

    2. de gegevens, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met e;

    3. de standaard jaarafname en de standaard jaarinvoeding van elektriciteit of het standaard jaarverbruik van gas van de eindafnemer;

    4. indien een eindafnemer beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, een vergelijking van het energieverbruik met het energieverbruik van een gemiddelde eindafnemer uit een vergelijkbare verbruikerscategorie;

    5. indien een eindafnemer beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, een vergelijking in grafische vorm, van de in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedoelde gegevens, met dezelfde gegevens uit dezelfde periode van het voorgaande jaar;

    6. de contactinformatie en de internetadressen van consumentenorganisaties of soortgelijke organisaties die informatie verstrekken over energiebesparende maatregelen, over vergelijkende verbruiksprofielen of over objectieve technische specificaties van energieverbruikende apparatuur.

  2. Een leverancier zorgt ervoor dat, indien meer dan twee keer per jaar een verbruikskostenoverzicht wordt verstrekt, het verbruikskostenoverzicht de volgende gegevens bevat:

    1. de periode waarop het verbruikskostenoverzicht betrekking heeft;

    2. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met f;

    3. de gegevens, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onderdelen b, f en h;

    4. de kosten, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onderdelen c, d, e en i, gebaseerd op de actuele hoogtes van de verbruiksafhankelijke en verbruiksonafhankelijke kosten voor de afgenomen elektriciteit of gas en de actuele kosten voor de netto hoeveelheid afgenomen elektriciteit of gas van de eindafnemer in de periode waarop het verbruikskostenoverzicht betrekking heeft.

  3. Een leverancier hoeft in een verbruikskostenoverzicht niet te voorzien in:

    1. de standaard jaarafname, de standaard jaarinvoeding en het standaard jaarverbruik van een eindafnemer, indien het verbruikskostenoverzicht gelijktijdig met een factuur wordt verzonden;

    2. de standaard jaarafname, de standaard jaarinvoeding en het standaard jaarverbruik van de eindafnemer, de periode waarop het verbruikskostenoverzicht betrekking heeft en de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, onderdelen a, c en d, indien dit overzicht gelijktijdig met de factuur wordt verzonden en betrekking heeft op dezelfde periode als de factuur.

  4. In afwijking van het eerste en tweede lid, bevat een verbruikskostenoverzicht van een eindafnemer waarvan de factuur niet gebaseerd is op het werkelijke verbruik een duidelijke en begrijpelijke uitleg over de wijze waarop het in de factuur genoemde bedrag is berekend en de informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.

Artikel 2.11

Een leverancier vermeldt op het verbruikskostenoverzicht van een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, de hoeveelheid elektriciteit of gas die is afgenomen volgens ieder verbruikskostenoverzicht in de afgelopen 36 maanden of in de periode van de leveringsovereenkomst.

Artikel 2.12

Indien een leverancier op het verbruikskostenoverzicht aan de eindafnemer een advies verstrekt over de energiebesparende maatregelen die de desbetreffende eindafnemer kan nemen om zijn energieverbruik te verminderen, is het advies gebaseerd op de verbruiksgegevens van de desbetreffende eindafnemer, waar de leverancier toegang tot heeft ter voldoening van zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.11 en, indien nuttig, openbare gegevens.

Artikel 2.13

  1. Een leverancier verzendt een factuur en een verbruikskostenoverzicht naar de desbetreffende eindafnemer langs elektronische weg, tenzij de eindafnemer verzoekt om verzending van een verbruikskostenoverzicht per post of indien verzending langs elektronische weg niet mogelijk is.

  2. Ingeval van elektronische facturering kan een leverancier ervoor kiezen de vergelijkingen bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel d, online beschikbaar te stellen en daar in de factuur naar te verwijzen.

Artikel 2.14

Een leverancier stelt gegevens over het verbruik per dag, week, maand en jaar digitaal beschikbaar en vermeldt tevens het verbruik per periode waarin de prijs vaststaat aan een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, over een periode van ten minste de voorgaande vierentwintig maanden, of over de periode sinds de aanvang van de leveringsovereenkomst, indien dit korter is.

Artikel 2.15

  1. Een leverancier meldt op begrijpelijke wijze en zodanig dat de gegevens van verschillende leveranciers kunnen worden vergeleken:

    1. uiterlijk in de periode vanaf 1 mei van elk kalenderjaar tot 1 mei van het daaropvolgende jaar de opwekkingsgegevens van de door hem in het kalenderjaar voorafgaand aan die periode aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit op of bij de factuur of

    2. op of bij de factuur, de opwekkingsgegevens van de door hem in de periode waarop die rekening betrekking heeft aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit en

    3. elk kalenderjaar de opwekkingsgegevens van de door hem in het voorgaande kalenderjaar aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit op zijn website voor eindafnemers.

  2. Een leverancier draagt er zorg voor dat overeenkomstig:

    1. het eerste lid, onderdeel a, op of bij de factuur een etiket wordt geplaatst of gevoegd;

    2. het eerste lid, onderdeel b, op of bij de factuur een etiket wordt geplaatst of gevoegd, dat de totale hoeveelheid van de door hem in het voorafgaande kalenderjaar, respectievelijk in de periode waarop de factuur betrekking heeft, aan eindafnemers geleverde elektriciteit vermeldt, uitgedrukt in het aantal kilowatturen, uitgesplitst naar energiebronnen en onder vermelding van het procentuele aandeel van elke energiebron in zijn totale brandstofmix, met inachtneming van bijlage 2 bij deze regeling.

  3. Indien een energiebron, genoemd in het etiket, geen deel uitmaakt van de totale brandstofmix van de leverancier, wordt het procentuele aandeel van de desbetreffende bron op nul gesteld.

  4. Op het etiket worden de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, vermeld, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen, veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt, met uitzondering van ‘onbekend’. De informatie, bedoeld in de vorige volzin, kan worden verstrekt door middel van verwijzingen op het etiket naar beschikbare referentiebronnen waar voor eenieder toegankelijke informatie beschikbaar is.

  5. Indien een leverancier onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, worden tevens de opwekkingsgegevens van de groep als geheel vermeld op of bij de factuur aan de eindafnemer.

Artikel 2.16

  1. Een leverancier is verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van het etiket.

  2. Een leverancier overlegt uiterlijk vier maanden na 1 januari van elk kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt:

    1. het etiket dat hij in dat kalenderjaar op of bij de factuur heeft geplaatst of gevoegd;

    2. een overzicht van de totale hoeveelheid in het voorafgaande kalenderjaar aan eindafnemers geleverde elektriciteit, onderverdeeld naar energiebronnen en het procentuele aandeel van elke energiebron in de totale brandstofmix, overeenkomstig bijlage 2 behorende bij deze regeling;

    3. een overzicht van de hoeveelheid elektriciteit ten behoeve van de levering aan eindafnemers waarvoor garanties van oorsprong zijn afgeboekt, onderverdeeld naar energiebronnen, overeenkomstig bijlage 2 bij deze regeling, en het land van herkomst van die elektriciteit.

Artikel 2.17

De termijn voor het versturen van een eindafrekening als bedoeld in de artikelen 2.13 en 2.38 van de wet bedraagt zes weken.

Artikel 2.18

  1. Een eindafnemer stapt over naar een andere leverancier door een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel te sluiten met een nieuwe leverancier.

  2. Een actieve afnemer stapt over naar een andere marktdeelnemer die aggregeert, door een aggregatieovereenkomst te sluiten met een nieuwe marktdeelnemer.

  3. De nieuwe leverancier, marktdeelnemer die aggregeert of balanceringsverantwoordelijke doet, wanneer een eindafnemer naar hem overstapt, daarvan onverwijld mededeling aan de registerbeheerder en informeert de eindafnemer zo spoedig mogelijk wanneer de overstap is gerealiseerd. Hij neemt daarbij de interoperabiliteitsvoorschriften en procedures die zijn vastgesteld bij of krachtens artikel 24, tweede lid, van richtlijn 2019/944 in acht.

Artikel 2.19

  1. De hoogte van de opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.15 van de wet, die een leverancier een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming voor de opzegging van een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel door de eindafnemer in rekening kan brengen, is voor elektriciteit of gas niet hoger dan de rekenkundige uitkomst van de volgende formule:

    opzegvergoeding = (de overeengekomen prijs – de prijs van het referentieproductaanbod) × de resterende hoeveelheid,

    waarbij:

    1. de opzegvergoeding bestaat uit het bedrag van de opzegvergoeding, exclusief overheidsheffingen en belastingen, uitgedrukt in euro’s;

    2. de overeengekomen prijs bestaat uit de in euro’s uitgedrukte prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas, exclusief overheidsheffingen en belastingen, die is bepaald in de op te zeggen overeenkomst of op basis van deze overeenkomst is vastgezet;

    3. de prijs van het referentieproductaanbod bestaat uit de in euro’s uitgedrukte prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas, exclusief overheidsheffingen en belastingen, van het referentieproductaanbod, en die actueel is;

    4. de resterende hoeveelheid bestaat uit de in kilowattuur uitgedrukte hoeveelheid elektriciteit of het in kubieke meter uitgedrukte volume gas dat de eindafnemer gedurende de resterende looptijd van de overeenkomst van de leverancier geleverd zou krijgen indien geen opzegging zou plaatsvinden.

  2. Indien de prijs van het referentieproductaanbod gelijk is aan of hoger is dan de overeengekomen prijs, is de hoogte van de opzegvergoeding nihil.

  3. Indien een eindafnemer beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, gebruikt een leverancier bij de berekening van de resterende hoeveelheid het standaard jaarverbruik, de standaard jaarafname en de standaard jaarinvoeding.

  4. Een leverancier neemt in de overeenkomst ten behoeve van de berekening van de resterende hoeveelheid een objectieve en transparante berekeningswijze op die rekening houdt met een spreiding van de afname en invoeding van elektriciteit of het verbruik van gas gedurende de resterende looptijd van de leveringsovereenkomst.

Artikel 2.20

  1. De opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.39, eerste lid, van de wet, bedraagt niet meer dan het rechtstreekse economisch verlies dat de marktdeelnemer die aggregeert lijdt als gevolg van de opzegging van de aggregatieovereenkomst.

  2. Een marktdeelnemer die aggregeert verstrekt op verzoek van een actieve afnemer een indicatie van de hoogte van de opzegvergoeding.

Artikel 2.21

  1. Een leverancier vermeldt in de leveringsovereenkomst de vindplaats van een openbaar bekendgemaakt referentieproductaanbod als bedoeld in artikel 2.19, dat geschikt is om de hoogte van de opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.15 van de wet, te berekenen.

  2. Een leverancier hanteert een geschikt referentieproductaanbod indien het, afgezien van de prijs, gelijk is aan het aanbod dat door de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is aanvaard bij het aangaan van de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel wat betreft het type product en de herkomst van de elektriciteit of gas, met dien verstande dat het gehanteerde referentieproductaanbod een looptijd heeft die gelijk is aan de resterende looptijd van de overeenkomst.

  3. Indien een leverancier niet meer over hetzelfde aanbod beschikt, dan hanteert de leverancier in afwijking van het tweede lid een referentieproductaanbod waarvan de vaste looptijd gelijk is aan de resterende looptijd van de overeenkomst en de kenmerken van het referentieproductaanbod, met inbegrip van het type product en de herkomst van de elektriciteit of gas, vergelijkbaar zijn met de kenmerken van de overeenkomst.

  4. Indien een leverancier niet over een referentieproductaanbod als bedoeld in het derde lid beschikt, dan hanteert de leverancier als referentieproductaanbod zijn aanbod aan een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming met de hoogste prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas.

Artikel 2.22

  1. De prijs van het referentieproductaanbod, bedoeld in artikel 2.19 is actueel en geldt:

    1. op de dag dat de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming een indicatie van de hoogte van de opzegvergoeding opvraagt, indien de prijs van het referentieproductaanbod wordt gehanteerd voor de berekening van deze indicatie; of

    2. op de dag waarop de leverancier de mededeling ontvangt over de opzegging of van de overstap, indien de prijs van het referentieproductaanbod wordt gehanteerd voor het berekenen van de hoogte van de opzegvergoeding.

  2. Een leverancier hanteert de prijs die geldt voor dezelfde hoeveelheid elektriciteit of gas waarvoor de prijs op basis van de overeenkomst daadwerkelijk is vastgezet in het geval van een referentieproductaanbod met een in een of meer perioden door de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming vast te zetten prijs.

Artikel 2.23

  1. Een leverancier draagt er zorg voor dat het voor de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming kenbaar en navolgbaar is hoe de hoogte van de opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.15 van de wet, wordt berekend en welk referentieproductaanbod wordt gehanteerd.

  2. Een leverancier verstrekt op verzoek van de eindafnemer een indicatie van de hoogte en wijze van berekening van de opzegvergoeding op een door de eindafnemer aan te geven laatste dag waarop de levering plaatsvindt.

  3. Een leverancier verstrekt de eindafnemer onverwijld de hoogte en wijze van berekening van de opzegvergoeding nadat de leverancier de mededeling van de opzegging of overstap ontvangt. De hoogte van de opzegvergoeding staat twee maanden vast, gerekend vanaf de dag dat de hoogte van de opzegvergoeding verstrekt is.

Artikel 2.24

Een marktdeelnemer brengt geen opzegvergoeding als bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet in rekening indien de huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming is, de overeenkomst opzegt binnen de termijn, bedoeld in artikel 230o, eerste of tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, of, indien deze termijn niet van toepassing is, een bedenktermijn krachtens de leveringsovereenkomst.

Artikel 2.25

Een marktdeelnemer draagt er zorg voor dat een voorwaarde over de opzegvergoeding, bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet, voorziet in het mogelijk lager vaststellen van de opzegvergoeding indien er sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat het in rekening brengen van de vastgestelde opzegvergoeding onevenredige nadelige gevolgen zou hebben.

Artikel 2.26

Een marktdeelnemer kan uitsluitend een krachtens een bij het sluiten van een leveringsovereenkomst, leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel of aggregatieovereenkomst te verstrekken voordeel aan een huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is terugvorderen indien:

  1. in de overeenkomst is aangegeven dat het een bij het sluiten van de overeenkomst te verstrekken voordeel betreft en dat dit duidelijk is onderscheiden van andere vergoedingen;

  2. het geldbedrag uiterlijk bij de tweede inning van het termijnbedrag voor de levering, de teruglevering of de geleverde flexibiliteit is verrekend of uitbetaald aan de eindafnemer of actieve afnemer;

  3. is opgezegd door de eindafnemer of actieve afnemer binnen een termijn van zes maanden gerekend vanaf de start van de levering, de teruglevering of het verlenen van een vraagresponsdienst; en

  4. niet meer dan het uitbetaalde geldbedrag wordt teruggevorderd.

Artikel 2.27

Het maximaal aantal leden van een energiegemeenschap of het maximaal aantal afzonderlijke aandeelhouders van een energiegemeenschap, bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de wet, bedraagt 500 leden of afzonderlijke aandeelhouders.

Artikel 2.28

  1. Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een goede administratieve organisatie met interne en externe controle hierop als bedoeld in artikel 2.10 van het besluit, indien hij in ieder geval beschikt over:

    1. een beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing van ten minste de processen voor inkoop, verkoop, risicomanagement, betaling en administratie;

    2. een beschrijving van de belangrijkste bedrijfsprocessen, de aanwezige risico’s binnen deze processen en de wijze waarop hij deze risico’s beheerst;

    3. een adequate controletechnische primaire en secundaire functiescheiding tussen in ieder geval de processen inkoop, verkoop, risicomanagement, betaling en administratie;

    4. een compliancefunctie, niet zijnde de hoogste leidinggevende;

    5. een beschrijving hoe de leverancier in staat is om periodiek een sluitend verband te leggen tussen ingekochte hoeveelheden elektriciteit of gas en de daaruit voortvloeiende inkoopbedragen enerzijds en verkochte hoeveelheden elektriciteit of gas en de daaruit voortvloeiende verkoopbedragen anderzijds, waarbij ook rekening wordt gehouden met de balanceringskosten;

    6. een beschrijving van het contractenregister verkoop, het contractenregister inkoop en het klantenregister;

    7. een beschrijving van de wijze waarop de leverancier de continuïteit van gegevensverwerking waarborgt tegen brand, diefstal, cybercrime en fraude;

    8. een beschrijving van de interne beheersmaatregelen die de leverancier treft om te waarborgen dat de relevante wettelijke voorschriften worden nageleefd;

    9. een assurance-rapport opgesteld door een onafhankelijke accountant waarin in ieder geval de vereisten in onderdelen a tot en met h zijn opgenomen.

  2. De leverancier heeft in ieder geval op ordentelijke wijze per eindafnemer met een kleine aansluiting waarmee een leveringsovereenkomst is gesloten de volgende gegevens in zijn administratie opgenomen:

    1. naam, adres, woonplaats en indien beschikbaar, telefoonnummer en e-mailadres van de eindafnemer met een kleine aansluiting;

    2. factuuradres en bankrekeningnummer en indien beschikbaar het mandaat voor automatische afschrijving van de eindafnemer met kleine aansluiting;

    3. hoogte en betalingsfrequentie van het termijnbedrag;

    4. of met de eindafnemer tevens een terugleveringsovereenkomst is aangegaan;

    5. de unieke identificatiecode die is toegekend aan het allocatiepunt waarvoor de leveringsovereenkomst is gesloten;

    6. de betreffende transmissie- of distributiesysteembeheerder;

    7. indien de eindafnemer is ingeschreven in het handelsregister, het nummer van inschrijving in het handelsregister;

    8. indien de eindafnemer een huishoudelijk eindafnemer is, diens geboortedatum;

    9. of de overeenkomst is gesloten met een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming.

  3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, zijn op ordentelijke wijze in de administratie opgenomen indien deze gegevens in het kader van de toepassing van afdeling 2.3 van het besluit, in een machineleesbaar en interoperabel formaat uitwisselbaar zijn met andere vergunninghouders.

  4. Processen van de leverancier die zijn uitbesteed zijn in de beschrijving van de opzet van de administratieve organisatie en interne beheersing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vastgelegd.

Artikel 2.29

  1. Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een solide financiële positie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij in ieder geval beschikt over een solvabiliteitsprognose, een liquiditeitsprognose, een risicomanagementplan en een beschrijving van de procedures die de leverancier intern heeft ingericht om blijvend te voldoen aan de vergunningseisen en voor het treffen van herstelmaatregelen als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid.

  2. Uit de solvabiliteitsprognose blijkt in ieder geval dat gedurende een periode van drie jaar:

    1. het eigen vermogen positief is; en

    2. de vermogensstructuur, gelet op de risicobereidheid, voldoende financieel weerbaar is voor het opvangen van de volgende risico’s:

      1. marktrisico’s;

      2. debiteurenrisico’s;

      3. tegenpartijrisico’s;

      4. liquiditeitsrisico’s;

      5. operationele risico’s;

      6. risico’s als gevolg van andere activiteiten dan de levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting;

      7. andere risico’s voor de financiële positie;

  3. Uit de liquiditeitsprognose blijkt dat de stand van de liquide middelen gedurende de volgende twaalf maanden positief is.

  4. De liquiditeitsprognose:

    1. maakt onderscheid tussen de operationele kasstroom, de investeringskasstroom en de financieringskasstroom;

    2. geeft inzicht in een maandelijkse stand van de liquide middelen bij een voortdurend en tijdig voldoen aan de leveringsverplichtingen en betalingsverplichtingen van de leverancier, waarin alle openstaande verplichtingen worden meegenomen;

    3. indien er financiering wordt ontvangen, voorziet in onderbouwing hiervoor met gegevens of bescheiden;

    4. blijft gedurende de in de aanhef bedoelde periode van twaalf maanden positief in verschillende scenario’s met inbegrip van volatiele marktomstandigheden.

  5. Het risicomanagementplan betreft een periode van ten minste drie jaar, en bevat in ieder geval:

    1. de doelgroep van de leverancier en hoe hij aan de vraag naar de levering van elektriciteit en gas verwacht te voldoen;

    2. een beschrijving van de risico’s voor de leverancier, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en welke maatregelen de vergunninghouder neemt om deze risico’s en andere risico’s die de soliditeit van de leverancier kunnen aantasten te beheersen;

    3. de risicobereidheid van de leverancier met inbegrip van de mate waarin de leverancier bereid is de risico’s, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, te nemen.

Artikel 2.30

Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een gedegen inkoopstrategie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij zijn afgesloten leveringsovereenkomsten afdekt wat betreft de verwachte verplichtingen voor de levering van elektriciteit of gas in de leveringsperiode waarin de prijs vaststaat.

Artikel 2.31

  1. Een risicomanager als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, is verantwoordelijk voor de beheersing van de risico’s bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, onderdeel b.

  2. Een risicomanager oefent niet tevens een functie uit voor de inkoop of de verkoop van elektriciteit of gas en rapporteert onafhankelijk en rechtstreeks aan de personen die het dagelijks beleid van een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, bepalen.

  3. Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, zorgt ervoor dat een risicomanager beschikt over aantoonbare meerjarige en relevante werkervaring, waaronder ervaring met het uitvoeren van scenarioanalyses, en een relevante opleiding voor risicomanagement.

Artikel 2.32

  1. Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.18, derde lid, van de wet, wordt bij de Autoriteit Consument en Markt ingediend.

  2. De aanvraag voor een vergunning bevat naast de gegevens, bedoeld in artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht:

    1. informatie met betrekking tot de financiële positie en de financiering van de aanvrager in verband met de vereisten in artikel 2.29;

    2. de unieke identificatiecode van de aanvrager;

    3. een gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister;

    4. een schatting van de verwachte afzet aan eindafnemers met een kleine aansluiting gedurende tenminste de eerste 12 maanden na het verlenen van de vergunning;

    5. de toelating door de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas als balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit of gas overeenkomstig de methoden of voorwaarden voor elektriciteit of gas, bedoeld in artikel 3.119 van de wet of een overeenkomst van de aanvrager met een balanceringsverantwoordelijke voor het overdragen van de balanceringsverantwoordelijkheid;

    6. één of meer overeenkomsten ten behoeve van de inkoop van elektriciteit of gas en voor het daarvoor benodigde transport, met inbegrip van een toelichting op de wijze waarop de aanvrager daarmee uitvoering geeft aan de vereisten met betrekking tot de inkoopstrategie, bedoeld in artikel 2.30;

    7. een recente jaarrekening of een openingsbalans, welke is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, ondertekend door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    8. een recente verklaring van de rechtbank op basis van de registers, bedoeld in de artikelen 19 en 222a van de Faillissementswet, waaruit blijkt dat de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert en dat de aanvrager geen surseance van betaling is verleend, die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee weken;

    9. voorbeelden van alle door de aanvrager gehanteerde offertes, overeenkomsten en facturen voor eindafnemers met een kleine aansluiting met de hierbij behorende algemene voorwaarden;

    10. een bewijs van registratie bij een instantie voor buitengerechtelijke geschilbeslechting;

    11. de door de aanvrager gehanteerde klachten- en geschillenregeling voor eindafnemers met een kleine aansluiting;

    12. een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot het gedrag van de betrokken rechtspersoon, bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of een met die verklaring overeenkomend document, afgegeven door het bevoegd gezag van de betrokken staat van oorsprong of herkomst die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden;

    13. het formulier, bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, dat op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden;

    14. een beschrijving van de administratieve organisatie van de aanvrager waarmee wordt aangetoond dat aan de vereisten in artikel 2.28, eerste lid, wordt voldaan;

    15. informatie waaruit de structuur van de onderneming van de aanvrager blijkt en de natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen die in de onderneming van de aanvrager feitelijke zeggenschap of een belang in het geplaatste kapitaal hebben;

    16. het risicomanagementplan, bedoeld in artikel 2.29, vijfde lid; en

    17. ingeval van een aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de in artikel 403, eerste lid, onderdelen b en f, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaringen.

Artikel 2.33

  1. Een vergunninghouder verstrekt op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt:

    1. een rapportage over de wijze waarop in het vorige boekjaar uitvoering is gegeven aan de onderdelen van het risicomanagementplan, bedoeld in artikel 2.29, vijfde lid, en op welke wijze daaraan uitvoering wordt gegeven in het lopende boekjaar;

    2. de definitieve jaarrekening over het voorgaande boekjaar.

    3. een balans per 31 december van het voorgaande kalenderjaar en een tussentijdse balans van het huidige kalenderjaar;

    4. informatie over hoe de vergunninghouder voldoet aan de vereisten ten aanzien van de solvabiliteit en liquiditeit, bedoeld in artikel 2.29, tweede en derde lid, en de inkoopstrategie, bedoeld in artikel 2.30.

    5. een beschrijving van de administratieve organisatie van de vergunninghouder waarmee wordt aangetoond dat aan de vereisten in artikel 2.28, eerste lid, wordt voldaan;

    6. het formulier, bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, dat op het tijdstip van aanleveren niet ouder is dan twee maanden;

    7. een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot het gedrag van de betrokken natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of een met die verklaring overeenkomend document, afgegeven door het bevoegd gezag van de betrokken staat van oorsprong of herkomst die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden, voor een bestuurder die na de vergunningverlening aantreedt.

  2. Indien de vergunninghouder beschikt over een rechtsgeldige verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van een rechtspersoon of vennootschap door wie de financiële gegevens van de vergunning zijn geconsolideerd, verstrekt de vergunninghouder de verklaring aan de Autoriteit Consument en Markt en kan voor de solvabiliteitsprognose en liquiditeitsprognose bedoeld in artikel 2.29, eerste lid, gebruik worden gemaakt van de geconsolideerde financiële gegevens van die rechtspersoon of vennootschap.

Artikel 2.34

  1. Indien een vergunninghouder niet langer voldoet aan een van de vereisten gesteld bij of krachtens artikel 2.18, eerste en tweede lid, van de wet, doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de Autoriteit Consument en Markt en stelt hij eigener beweging een herstelplan op.

  2. In afwijking van het eerste lid, stelt een vergunninghouder op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt een herstelplan op indien hij niet langer voldoet aan het vereiste inzake het afdekken van afgesloten leveringsovereenkomsten, gesteld in artikel 2.30.

  3. Het herstelplan bevat een overzicht van de benodigde herstelmaatregelen, de effecten daarvan en de termijn waarbinnen de herstelmaatregelen worden getroffen om aan de vereisten te voldoen.

  4. Een vergunninghouder verstrekt het herstelplan uiterlijk veertien dagen na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 2.35

  1. De distributiesysteembeheerders bepalen overeenkomstig het tarievenbesluit, bedoeld in artikel 3.110 van de wet, per categorie van eindafnemers met een kleine aansluiting wat het tarief per dag is tot vier decimalen achter de komma en stellen gezamenlijk ten behoeve van de leveranciers een systematiek vast ter onderscheiding van de verschillende categorieën van eindafnemers met een kleine aansluiting.

  2. Een distributiesysteembeheerder registreert de tarieven, bedoeld in het eerste lid en verstrekt die tarieven ter uitvoering van artikel 4.9, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de wet aan een leverancier middels een faciliteit van de gegevensuitwisselingsentiteit en geeft de gegevensuitwisselingsentiteit ter uitvoering van artikel 4.16 van de wet toegang tot zijn register.

Artikel 2.36

Een distributiesysteembeheerder stelt een aansluit- en transportovereenkomst met een aangeslotene met een kleine aansluiting op schrift en zorgt ervoor dat de overeenkomst in ieder geval de volgende gegevens bevat:

  1. de naam, het postadres, het telefoonnummer en het e-mailadres van de distributiesysteembeheerder;

  2. een omschrijving van de te leveren goederen en diensten en de overeengekomen kwaliteitsniveaus van de diensten;

  3. een verwijzing naar de geldende tarieven, bedoeld in artikel 2.35;

  4. de looptijd en de voorwaarden voor verlenging, wijziging en beëindiging van de overeenkomst;

  5. de interne en externe klachtprocedure;

  6. de naam van de aangeslotene;

  7. indien de aangeslotene een natuurlijk persoon is, diens geboortedatum;

  8. indien de aangeslotene een rechtspersoon is en is ingeschreven in het handelsregister, het nummer van inschrijving in het handelsregister;

  9. de unieke identificatiecode van de aansluiting.

Artikel 2.37

  1. Een distributiesysteembeheerder zorgt ervoor dat een leverancier die actief is of wordt op een primair allocatiepunt behorend bij een kleine aansluiting op het door hem beheerde systeem, minimaal beschikt over:

    1. een actueel model van de aansluit- en transportovereenkomst voor aangeslotenen met een kleine aansluiting;

    2. de algemene voorwaarden die op een overeenkomst als bedoeld in onderdeel a, van toepassing zijn;

    3. de bij de aansluiting behorende tarieven, bedoeld in artikel 2.35.

  2. In geval van wijzigingen in de aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden en de tarieven, bedoeld in artikel 2.35, zorgt de distributiesysteembeheerder dat de leveranciers hier tenminste een maand voor de ingangsdatum ervan over beschikken.

Artikel 2.38

De distributiesysteembeheerder informeert een aangeslotene met een kleine aansluiting over wijzigingen in de aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn en de tarieven, bedoeld in artikel 2.35.

Artikel 2.39

  1. Een distributiesysteembeheerder stuurt namens elk van zijn fiscale entiteiten, iedere maand, uiterlijk op de derde werkdag van de daaropvolgende maand, een specificatie van de namens hem te factureren bedragen aan een leverancier die actief is op een primair allocatiepunt behorend bij een kleine aansluiting.

  2. De specificatie bevat in ieder geval:

    1. een vermelding van de maand waarop de specificatie betrekking heeft;

    2. de fiscale entiteit van de distributiesysteembeheerder waarop de specificatie van de verplichting betrekking heeft;

    3. de leverancier op wie de verplichting tot facturering betrekking heeft;

    4. het totale bedrag exclusief btw dat de leverancier namens de distributiesysteembeheerder moet factureren en innen over de periode, bedoeld in onderdeel a;

    5. per aansluiting waarvoor op de betreffende leverancier de plicht tot facturatie en inning ligt:

      1. de unieke identificatiecode van de aansluiting;

      2. de aanduiding van het tarief volgens de systematiek, bedoeld in artikel 2.35;

      3. het aantal dagen dat de verplichting, bedoeld in het eerste lid, op de leverancier rust op de betreffende aansluiting met de bijbehorende aanduiding, bedoeld in subonderdeel 2°;

      4. het bij de betreffende aansluiting behorende tarief per dag, exclusief BTW;

      5. het totale bedrag van de maand, bedoeld in onderdeel a, exclusief BTW.

Artikel 2.40

  1. Een leverancier die actief wordt op een primair allocatiepunt behorend bij een kleine aansluiting faciliteert bij de totstandkoming van een aansluit- en transportovereenkomst tussen de distributiesysteembeheerder en de aangeslotene, door in ieder geval:

    1. een aangeslotene voorafgaand aan het afsluiten van een leveringsovereenkomst te informeren:

      1. dat een geldige aansluit- en transportovereenkomst een voorwaarde vormt voor het kunnen aangaan van een leveringsovereenkomst;

      2. over de op de aansluit- en transportovereenkomst van toepassing zijnde voorwaarden en tarieven;

    2. voorafgaand of gelijktijdig met het doen van een aanbod tot het aangaan van een leveringsovereenkomst, een aanbod te doen namens de distributiesysteembeheerder tot het aangaan van een aansluit- en transportovereenkomst met inbegrip van de van toepassing zijnde voorwaarden en tarieven;

    3. zorg te dragen voor een proces waarin de aansluit- en transportovereenkomst tot stand kan komen:

      1. middels een uitdrukkelijke en controleerbare aanvaarding door de aangeslotene;

      2. voorafgaand aan of gelijktijdig met de leveringsovereenkomst; en

      3. op basis van betrouwbare en volledige gegevens van de aangeslotene.

  2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op gevallen waarbij een bestaande leveringsovereenkomst met een eindafnemer als bedoeld in het eerste lid overgaat op een andere aansluiting.

  3. Een leverancier dient tot vijf jaar na beëindiging van de leveringsovereenkomst op verzoek van een distributiesysteembeheerder binnen tien werkdagen te kunnen aantonen dat voor de betreffende aangeslotene is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid.

  4. Een leverancier als bedoeld in het eerste lid faciliteert bij de informatieverstrekking tussen een distributiesysteembeheerder en een aangeslotene door het aan een aangeslotene, al dan niet via elektronische weg, verstrekken van:

    1. de naam, het postadres, het telefoonnummer, het e-mailadres en, indien van toepassing, het webadres van het contactformulier van de distributiesysteembeheerder;

    2. de op de aansluit- en transportovereenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden en een vindplaats van de geldende tarieven;

    3. een afschrift van de tot stand gekomen aansluit- en transportovereenkomst, niet later dan tien werkdagen nadat het aanbod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is aanvaard.

Artikel 2.41

  1. Een leverancier die faciliteert bij de totstandkoming van een aansluit- en transportovereenkomst als bedoeld in artikel 2.40 controleert de betrouwbaarheid en de volledigheid van de gegevens met betrekking tot de naam van de aangeslotene uiterlijk 90 dagen na aanvang van de levering op basis van de bankgegevens van de aangeslotene, of, indien mogelijk, op basis van een elektronisch identificatiemiddel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de eIDAS-verordening met tenminste het betrouwbaarheidsniveau substantieel.

  2. Indien de leverancier vaststelt dat de gegevens met betrekking tot de naam van degene die de aansluit- en transportovereenkomst is aangegaan niet overeenkomen met de gegevens die bekend zijn op basis van de controle, bedoeld in het eerste lid, past de leverancier een redelijke procedure toe voor controle en indien nodig correctie van die gegevens.

  3. Van een redelijke procedure is in ieder geval sprake als de leverancier zo spoedig mogelijk na constatering hiervan:

    1. kennelijke schrijffouten zelf corrigeert op basis van de uitkomst van de controle, bedoeld in het eerste en tweede lid;

    2. de aangeslotene minstens tweemaal in de gelegenheid stelt om onjuistheden of afwijkingen te corrigeren dan wel te verklaren; en

    3. indien van toepassing, de correcties op basis van onderdeel a en b aanlevert aan de distributiesysteembeheerder ten behoeve van de aanpassing van die gegevens in het daartoe bestemde register; of

    4. na het doorlopen van de procedure, bedoeld in de onderdelen a en b geen zekerheid heeft gekregen over de volledigheid en de betrouwbaarheid van de gegevens en hij dit heeft gemeld aan de distributiesysteembeheerder.

  4. De leverancier informeert de distributiesysteembeheerder zes weken na afloop van ieder kwartaal op geaggregeerd niveau over de toepassing van procedures als bedoeld in het derde lid en de uitkomst daarvan.

Artikel 2.42

  1. Een leverancier die actief is op een primair allocatiepunt behorend bij een kleine aansluiting houdt een administratie bij van de namens de distributiesysteembeheerder gefactureerde of te factureren bedragen inclusief btw en draagt die administratie op verzoek over aan de distributiesysteembeheerder.

  2. Een leverancier draagt de bedragen zoals opgenomen op de specificatie, bedoeld in artikel 2.39, eerste lid, binnen 28 kalenderdagen na afloop van de maand waarop deze betrekking hebben, inclusief btw af aan de distributiesysteembeheerder.

  3. Indien op de aangeslotene een bijzonder btw-tarief van toepassing is, kan de leverancier de distributiesysteembeheerder verzoeken om verrekening van het verschil in afdracht.

  4. De leverancier doet een verzoek als bedoeld in het derde lid uiterlijk in de maand februari volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft en verstrekt daarbij de gegevens die daarvoor noodzakelijk zijn.

Artikel 2.43

Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet, tenzij:

  1. de eindafnemer hierom verzoekt;

  2. er sprake is van fraude of misbruik;

  3. er sprake is van een betalingsachterstand, mits de maatregelen, bedoeld in de artikelen 2.44 en 2.45, zijn toegepast en artikel 2.46 beëindiging van de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel niet verbiedt.

Artikel 2.44

Een vergunninghouder neemt, indien een eindafnemer met een kleine aansluiting een factuur niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet, de volgende maatregelen:

  1. de vergunninghouder verstrekt de eindafnemer ten minste driemaal een schriftelijke betalingsherinnering van de factuur met een nakomingstermijn van ten minste veertien dagen met daarbij:

    1. het aanbod om met de vergunninghouder in contact te treden om een betalingsregeling te treffen;

    2. informatie over mogelijkheden voor schuldhulpverlening voor natuurlijk personen en de daartoe te benaderen instantie;

    3. het aanbod om, indien de eindafnemer een natuurlijk persoon is, zijn contactgegevens, geboortedatum, klantnummer en informatie over de hoogte van de betalingsachterstand te verstrekken aan een instantie voor schuldhulpverlening;

    4. vermelding van de uitzonderingssituaties waarin de levering niet zal worden beëindigd, bedoeld in artikel 2.46;

  2. de vergunninghouder spant zich maximaal in om in persoonlijk contact te treden met de eindafnemer, zo nodig herhaaldelijk en via diverse communicatiekanalen, teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen of te beëindigen;

  3. de vergunninghouder biedt de eindafnemer op diens verzoek of in het kader van het persoonlijk contact, bedoeld in onderdeel b, een redelijke en passende betalingsregeling aan die in ieder geval afspraken omvat over de betaling en de afwikkeling van de openstaande vorderingen.

Artikel 2.45

  1. Een vergunninghouder verstrekt bij een betalingsachterstand aan een instantie voor schuldhulpverlening de gegevens en informatie, bedoeld in het derde lid, indien een eindafnemer met een kleine aansluiting die een natuurlijk persoon is:

    1. heeft ingestemd met deze verstrekking; of

    2. niet heeft gereageerd op het aanbod tot gegevensverstrekking aan een instantie voor schuldhulpverlening, bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, subonderdeel 3°, en twee of meer facturen niet zijn voldaan nadat de vergunninghouder voor de betalingsachterstand ten minste tweemaal een schriftelijke betalingsherinnering heeft gestuurd en de vergunninghouder heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 2.44, onderdelen b en c, maar er geen betalingsregeling is overeengekomen.

  2. De vergunninghouder verstrekt de instantie voor schuldhulpverlening een actualisatie van de verstrekte gegevens en informatie:

    1. indien de betalingsachterstand van de eindafnemer aanmerkelijk groter is geworden;

    2. ten minste vier weken voorafgaand aan de datum waarop hij voornemens is de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met de eindafnemer vanwege de betalingsachterstand te beëindigen en niet eerder dan twee weken na de informatieverstrekking, bedoeld in het eerste lid.

  3. De vergunninghouder verstrekt aan de instantie voor schuldhulpverlening:

    1. de contactgegevens van de eindafnemer, diens geboortedatum, diens klantnummer en informatie over de hoogte van diens betalingsachterstand;

    2. informatie over de hoogte en ontwikkeling van de betalingsachterstand;

    3. indien van toepassing, het voornemen om de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel te beëindigen.

Artikel 2.46

Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet wegens een betalingsachterstand indien:

  1. een betalingsregeling met de eindafnemer is overeengekomen en wordt nagekomen;

  2. een conform de klachtenprocedure van de vergunninghouder ingediende klacht van de eindafnemer over de facturen of betaling van facturen waar de betalingsachterstand op ziet in behandeling is bij de vergunninghouder of een geschil over een dergelijke klacht van de eindafnemer aanhangig is bij een buitengerechtelijke geschilinstantie waar de vergunninghouder bij is aangesloten;

  3. de vordering van de vergunninghouder wegens de betalingsachterstand van de eindafnemer binnen een redelijke termijn, in ieder geval vier weken na een herinnering als bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, wordt betrokken bij een traject van schuldhulpverlening aan de eindafnemer en zo lang dit traject loopt, of:

    1. nog geen vier weken zijn verstreken na de verstrekking van gegevens aan een instantie voor schuldhulpverlening, bedoeld in artikel 2.45, eerste lid;

    2. de eindafnemer binnen een redelijke termijn, in ieder geval vier weken na een herinnering als bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, aan de vergunninghouder een bewijs verstrekt dat hij zich heeft gewend tot een instantie voor schuldhulpverlening en in afwachting is van een beschikking als bedoeld in artikel 4a van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

  4. de eindafnemer aan de vergunninghouder een verklaring verstrekt van een arts, die geen behandelend arts van de betrokkene is, waaruit volgt dat beëindiging van de levering van elektriciteit of gas zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de eindafnemer of voor een huisgenoot van de eindafnemer, en zo lang als deze situatie bestaat.

Artikel 2.47

Een vergunninghouder biedt, indien hij een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting die een natuurlijk persoon is wegens betalingsachterstanden heeft beëindigd, aan de eindafnemer een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel onder dezelfde of vergelijkbare voorwaarden aan indien de eindafnemer binnen een redelijke termijn een bewijs overlegt dat:

  1. hij zich heeft gewend tot een instantie voor schuldhulpverlening en in afwachting is van een beschikking als bedoeld in artikel 4a van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  2. de vordering van de vergunninghouder wegens de betalingsachterstand van de eindafnemer wordt betrokken bij een traject van schuldhulpverlening aan de eindafnemer;

  3. beëindiging van de levering van elektriciteit of gas zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg heeft voor de eindafnemer of voor een huisgenoot van de eindafnemer met een verklaring van een arts, die geen behandelend arts van de betrokkene is.

Artikel 2.48

Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.50, vierde lid, van de wet bevat ten minste:

  1. het nummer waaronder de aanvrager in het handelsregister is ingeschreven;

  2. bescheiden waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdelen a, b en c, van het besluit;

  3. een verklaring van de aanvrager dat deze niet in staat van faillissement verkeert en geen surseance van betaling is verleend;

  4. een inschatting van de kosten, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel f, van het besluit.

Artikel 2.49

Een rapportage als bedoeld in artikel 2.52, eerste lid, van de wet wordt jaarlijks gedaan en bevat ten minste:

  1. een beschrijving van de door de meetverantwoordelijke partij geïdentificeerde bestaande en toekomstige knelpunten in de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.48 van de wet;

  2. een actuele inschatting van de kosten, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel f, van het besluit.

← terug naar Energieregeling