1. Bij het beschrijven van de onderdelen, bedoeld in artikel 3.32, tweede lid, van het besluit, neemt de transmissie- of distributiesysteembeheerder in het kwaliteitsplan ten minste volgordelijk op:

    1. de missie, visie en strategie met betrekking tot het beheersen van de kwaliteitsaspecten;

    2. de kritische prestatie-indicatoren en streefwaardes, weergegeven per kwaliteitsaspect;

    3. de realisatie per kalenderjaar ten aanzien van de kritische prestatie-indicatoren en streefwaardes ten opzichte van de vijf voorgaande jaren, waarbij de kritische prestatie-indicatoren, genoemd in de artikelen 3.28 en 3.29, apart worden weergegeven;

    4. een weergave van de toestand van alle leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van het transport van elektriciteit of gas, waarbij:

      1. de toestand wordt weergegeven ten opzichte van het vorige kwaliteitsplan;

      2. onderscheid wordt gemaakt tussen bedrijfsmiddelen en, indien van toepassing, druk- of spanningsniveaus;

    5. een vermelding van de actualiteit en volledigheid van het bedrijfsmiddelenregister, zoals voorgeschreven in artikel 3.25, onderdeel d;

    6. de belangrijkste bestaande en toekomstige risico’s voor de kwaliteitsniveaus op de verschillende kwaliteitsaspecten die worden nagestreefd;

    7. de bestaande en toekomstige organisatorische knelpunten voor de realisatie van de streefwaardes bij de verschillende kwaliteitsniveaus en kritische prestatie-indicatoren, waarbij de organisatorische knelpunten worden gerapporteerd op basis van de belangrijkste bestaande en toekomstige risico’s;

    8. de bestaande en toekomstige fysieke knelpunten, beschreven op generieke wijze aan de hand van de belangrijkste bestaande en toekomstige risico’s waar vergelijkbare gebeurtenissen en situaties optreden en vergelijkbare objecten of onderdelen daarvan getroffen worden;

    9. een beschrijving van de maatregelen voor het adresseren van de knelpunten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen organisatorische en fysieke knelpunten;

    10. een beschrijving van de systematiek waarmee knelpunten worden geanalyseerd, waarbij wordt aangegeven hoe de systematiek zich verhoudt tot de gehanteerde systematiek voor de analyse van knelpunten, bedoeld in artikel 3.4;

    11. de uitkomsten van de jaarlijkse beoordeling door de directie die vermeldt:

      1. de voortgang ten aanzien van de realisatie van de gestelde streefwaarden, weergegeven per kritische prestatie-indicator;

      2. welke factoren en knelpunten de voortgang belemmeren;

      3. welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de voortgang te bespoedigen en welke strategische afwegingen hierbij zijn gemaakt;

      4. de eventuele bijgestelde streefwaarden en kritische prestatie-indicatoren en de reden waarom deze zijn bijgesteld;

      5. hoe het kwaliteitsmanagement functioneert;

    12. de resultaten van de periodieke evaluatie van het kwaliteitsborgingssysteem, waarbij wordt beschreven op welke wijze de resultaten leiden tot eventuele aanpassingen van het kwaliteitsborgingssysteem.

  2. Indien een transmissiesysteembeheerder zowel beheerder is van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee als van een ander systeem, wordt in het kwaliteitsplan informatie over het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee zelfstandig weergegeven.

  3. Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder kritische prestatie-indicatoren hanteert in aanvulling op kritische prestatie-indicatoren die in de artikelen 3.28 en 3.29 zijn genoemd, beschrijft de transmissie- of distributiesysteembeheerder in het kwaliteitsplan op welke wijze de uitkomst van de belangrijkste indicatoren wordt berekend.