-
Een distributiesysteembeheerder neemt, indien hij op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4.8 van de wet een melding ontvangt dat de levering op een aan een kleine aansluiting toegekend allocatiepunt zal worden beëindigd, de volgende maatregelen:
de distributiesysteembeheerder informeert de aangeslotene zo spoedig mogelijk dat de aansluiting of een aan zijn aansluiting toegekend additioneel allocatiepunt buiten werking wordt gesteld na de datum waarop de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel eindigt en vermeldt daarbij de kosten voor het buiten werking stellen en voor het weer in werking stellen van de aansluiting of het additionele allocatiepunt;
de distributiesysteembeheerder informeert de aangeslotene dat de aansluiting of het aan de aansluiting toegekend additionele allocatiepunt niet buiten werking zal worden gesteld in de uitzonderingssituaties, bedoeld in artikel 2.46, dan wel indien de aangeslotene weer een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel heeft gesloten voor het verbruik op de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt.
-
Een distributiesysteembeheerder stelt de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt niet eerder buiten werking dan nadat de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn genomen en de leveringsovereenkomst of de leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel is geëindigd en voorts geen melding is ontvangen van hervatting van de levering of van een nieuwe leverancier voor levering op de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt. De distributiesysteembeheerder spant zich maximaal in om de aangeslotene in een persoonlijk contact voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden voor het buiten werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt te wijzen op mogelijkheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, om het buiten werking stellen en de daaraan verbonden kosten alsnog te voorkomen.
-
De distributiesysteembeheerder biedt de aangeslotene aan om met hem in contact te treden om een betalingsregeling te treffen voor de kosten van het buiten werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt en, indien van toepassing, de kosten voor het weer in werking stellen daarvan, en biedt een redelijke en passende betalingsregeling aan indien de aangeslotene op dit aanbod in gaat. Indien betaling uitblijft en de aangeslotene niet zelf in contact treedt met de distributiesysteembeheerder spant de distributiesysteembeheerder zich maximaal in om in persoonlijk contact te treden met de aangeslotene, zo nodig herhaaldelijk en via diverse communicatiekanalen, teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om een betalingsregeling te treffen of zich te wenden tot een instantie voor schuldhulpverlening.
-
De distributiesysteembeheerder draagt er zorg voor dat de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt zo spoedig mogelijk weer in werking wordt gesteld indien hij een melding ontvangt dat de vergunninghouder de levering hervat op grond van het bepaalde in artikel 2.47 en, tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 2.47, onderdeel c, zijn vordering voor de kosten van het buiten werking stellen en weer in werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt wordt betrokken bij het traject van schuldhulpverlening.
Energieregeling Laatste controle 14-05-2026, laatste wijziging 05-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Contractuele verhouding tussen eindafnemer en leverancier of actieve afnemer en marktdeelnemer die aggregeert
Paragraaf 2.1.1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2.1.3 Informeren verbruikskostenoverzicht
Paragraaf 2.1.4 Informatie-uitwisseling factuur en verbruikskostenoverzicht
Paragraaf 2.1.5 Stroometikettering
Paragraaf 2.1.6 Overstappen
Paragraaf 2.1.7 Hoogte opzegvergoeding
Paragraaf 2.1.8 Voorwaarden opzegvergoeding
Afdeling 2.2 Vergunning leveranciers
Paragraaf 2.2.1 Vergunningplicht
Paragraaf 2.2.2 Eisen vergunning: organisatorische, financiële en technische kwaliteiten en deskundigheid
Paragraaf 2.2.3 Aanvraag vergunning
Paragraaf 2.2.4 Verplichtingen vergunninghouder
Afdeling 2.3 Leveranciersmodel
Afdeling 2.4 Voorkomen beëindiging levering en maatregelen leveringszekerheid
Afdeling 2.5 Erkenning meetverantwoordelijke partij
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder en transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee inzake beheer en ontwikkeling
Paragraaf 3.1.1 Investeringsplan
Paragraaf 3.1.2 Verplaatsen en verkabelen delen elektriciteitssysteem
Afdeling 3.2 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake aansluiten en transporteren
Afdeling 3.3 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake balanceren
Afdeling 3.5 Bijzondere taken transmissiesysteembeheerder voor gas
Afdeling 3.6 Verplichtingen transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake kwaliteitsborging, calamiteiten en voorvallen
Afdeling 3.7 Procedures tarieven en methoden of voorwaarden transmissie- en distributiesysteembeheerders
Afdeling 3.8 Procedures tarieven en methoden of voorwaarden bijzondere systeembeheerders
Afdeling 3.9 Kredietwaardigheid en boekhoudverplichting systeembeheerders
Afdeling 3.10 Overige taken en verplichtingen systeembeheerders
Afdeling 3.11 Ontheffingen nieuwe systemen
Afdeling 3.12 Schadevergoeding transmissiesysteem voor elektriciteit op zee
Hoofdstuk 4 Uitvoering, toezicht en handhaving
Afdeling 4.1 Uitvoering en toezicht
Afdeling 4.2 Verstrekken gegevens markttoezicht levering
Afdeling 4.3 Overige bepalingen
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Bijlage 1 bedoeld in artikel 3.16, eerste lid
Bijlage 2 bedoeld in de artikelen 2.15, tweede lid, onderdeel b, en 2.16, tweede lid, onderdelen b en c
Bijlage 3 bedoeld in artikel 4.4, tweede lid
Afdeling 3.2
Artikel 3.13
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder informeert een aangeslotene zo spoedig mogelijk na ontvangst van een melding op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4.8 van de wet van een situatie als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van het besluit met betrekking tot diens aansluiting, met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 3.12, en vermeldt daarbij:
dat de aansluiting of een aan de aansluiting toegekend additionele allocatiepunt buiten werking wordt gesteld nadat de betreffende situatie, bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van de wet intreedt;
hoe de aangeslotene het buiten werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt kan voorkomen;
de kosten voor het buiten werking stellen en voor het weer in werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt.
Artikel 3.14
-
De Autoriteit Consument en Markt stelt een formulier vast voor de melding door een college van burgemeester en wethouders van een besluit als bedoeld in artikel 3.42, tweede of derde lid, van de wet.
-
Een college van burgemeester en wethouders meldt een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, of artikel 3.42, eerste lid, van de wet aan de Autoriteit Consument en Markt binnen 10 werkdagen nadat het besluit is genomen.
-
De Autoriteit Consument en Markt neemt het gemelde besluit binnen vijf werkdagen op in het register, bedoeld in artikel 3.42, vierde lid, van de wet.
-
Een college van burgemeester en wethouders meldt elke wijziging, intrekking of vernietiging van een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, of 3.42, eerste lid, van de wet, aan de Autoriteit Consument en Markt. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.15
-
Een distributiesysteembeheerder voor gas corrigeert bij de toepassing van artikel 3.27, eerste lid, van het besluit de equivalente uitbreiding van zijn systeem voor het te doorkruisen gebied door de betreffende leidinglengte te vermenigvuldigen met:
1, indien het door open terrein gaat;
2,5, indien het door gesloten terrein met tegels gaat;
7, indien het door gesloten terrein met asfalt gaat;
3, indien het een watergang kruist;
10, indien het een spoor- of snelweg kruist.
-
Een distributiesysteembeheerder voor gas corrigeert bij de toepassing van artikel 3.27, eerste lid, van het besluit de equivalente uitbreiding van zijn systeem voor gas indien een reduceerstation benodigd is door:
130 meter bij de uitbreiding van het distributiesysteem voor gas op te tellen, indien het benodigde reduceerstation een capaciteit moet hebben van 40 m3 per uur ten behoeve van een klein aantal aangeslotenen met een kleine aansluiting;
600 meter bij de uitbreiding van het distributiesysteem voor gas op te tellen, indien het benodigde reduceerstation een capaciteit moet hebben van 2.500 m3 per uur ten behoeve van meer dan een klein aantal aangeslotenen met een kleine aansluiting.
Artikel 3.16
-
Gas dat wordt ingevoed of afgeleverd op een aansluiting of systeemkoppeling, dan wel ingevoerd of uitgevoerd op een grenspunt, voldoet aan de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen waarden, waarbij:
H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling voldoet aan de in onderdeel A opgenomen waarden;
G-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling voldoet aan de in onderdeel B opgenomen waarden;
H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling voldoet aan de in onderdeel C opgenomen waarden;
G-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling voldoet aan de in onderdeel D opgenomen waarden;
H-gas en L-gas dat op een grenspunt via het transmissiesysteem voor gas wordt ingevoerd of uitgevoerd, op dat grenspunt voldoet aan de in onderdeel E opgenomen waarden.
-
Gas dat op het transmissie- of distributiesysteem voor gas wordt ingevoed of het transmissie- of distributiesysteem voor gas verlaat, is H-gas, G-gas of L-gas.