1. De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in:

    1. artikel 4, eerste lid, van gedelegeerde verordening 2024/1366.

    2. artikel 3, tweede lid, van verordening 2017/1938;

    3. artikel 3, eerste lid, van verordening 2019/941.

  2. De minister is belast met de taak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening 2017/1938.

  3. De minister is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens verordening 2019/943, een besluit te nemen inzake de aanpassing van de voor Nederland geldende biedzone, bedoeld in de artikelen 14 en 15 van verordening 2019/943.