Het maximaal aantal leden van een energiegemeenschap of het maximaal aantal afzonderlijke aandeelhouders van een energiegemeenschap, bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de wet, bedraagt 500 leden of afzonderlijke aandeelhouders.
Energieregeling Laatste controle 14-05-2026, laatste wijziging 05-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Contractuele verhouding tussen eindafnemer en leverancier of actieve afnemer en marktdeelnemer die aggregeert
Paragraaf 2.1.1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2.1.3 Informeren verbruikskostenoverzicht
Paragraaf 2.1.4 Informatie-uitwisseling factuur en verbruikskostenoverzicht
Paragraaf 2.1.5 Stroometikettering
Paragraaf 2.1.6 Overstappen
Paragraaf 2.1.7 Hoogte opzegvergoeding
Paragraaf 2.1.8 Voorwaarden opzegvergoeding
Afdeling 2.2 Vergunning leveranciers
Paragraaf 2.2.1 Vergunningplicht
Paragraaf 2.2.2 Eisen vergunning: organisatorische, financiële en technische kwaliteiten en deskundigheid
Paragraaf 2.2.3 Aanvraag vergunning
Paragraaf 2.2.4 Verplichtingen vergunninghouder
Afdeling 2.3 Leveranciersmodel
Afdeling 2.4 Voorkomen beëindiging levering en maatregelen leveringszekerheid
Afdeling 2.5 Erkenning meetverantwoordelijke partij
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder en transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee inzake beheer en ontwikkeling
Paragraaf 3.1.1 Investeringsplan
Paragraaf 3.1.2 Verplaatsen en verkabelen delen elektriciteitssysteem
Afdeling 3.2 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake aansluiten en transporteren
Afdeling 3.3 Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake balanceren
Afdeling 3.5 Bijzondere taken transmissiesysteembeheerder voor gas
Afdeling 3.6 Verplichtingen transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake kwaliteitsborging, calamiteiten en voorvallen
Afdeling 3.7 Procedures tarieven en methoden of voorwaarden transmissie- en distributiesysteembeheerders
Afdeling 3.8 Procedures tarieven en methoden of voorwaarden bijzondere systeembeheerders
Afdeling 3.9 Kredietwaardigheid en boekhoudverplichting systeembeheerders
Afdeling 3.10 Overige taken en verplichtingen systeembeheerders
Afdeling 3.11 Ontheffingen nieuwe systemen
Afdeling 3.12 Schadevergoeding transmissiesysteem voor elektriciteit op zee
Hoofdstuk 4 Uitvoering, toezicht en handhaving
Afdeling 4.1 Uitvoering en toezicht
Afdeling 4.2 Verstrekken gegevens markttoezicht levering
Afdeling 4.3 Overige bepalingen
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Bijlage 1 bedoeld in artikel 3.16, eerste lid
Bijlage 2 bedoeld in de artikelen 2.15, tweede lid, onderdeel b, en 2.16, tweede lid, onderdelen b en c
Bijlage 3 bedoeld in artikel 4.4, tweede lid
Afdeling 2.2
Artikel 2.28
-
Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een goede administratieve organisatie met interne en externe controle hierop als bedoeld in artikel 2.10 van het besluit, indien hij in ieder geval beschikt over:
een beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing van ten minste de processen voor inkoop, verkoop, risicomanagement, betaling en administratie;
een beschrijving van de belangrijkste bedrijfsprocessen, de aanwezige risico’s binnen deze processen en de wijze waarop hij deze risico’s beheerst;
een adequate controletechnische primaire en secundaire functiescheiding tussen in ieder geval de processen inkoop, verkoop, risicomanagement, betaling en administratie;
een compliancefunctie, niet zijnde de hoogste leidinggevende;
een beschrijving hoe de leverancier in staat is om periodiek een sluitend verband te leggen tussen ingekochte hoeveelheden elektriciteit of gas en de daaruit voortvloeiende inkoopbedragen enerzijds en verkochte hoeveelheden elektriciteit of gas en de daaruit voortvloeiende verkoopbedragen anderzijds, waarbij ook rekening wordt gehouden met de balanceringskosten;
een beschrijving van het contractenregister verkoop, het contractenregister inkoop en het klantenregister;
een beschrijving van de wijze waarop de leverancier de continuïteit van gegevensverwerking waarborgt tegen brand, diefstal, cybercrime en fraude;
een beschrijving van de interne beheersmaatregelen die de leverancier treft om te waarborgen dat de relevante wettelijke voorschriften worden nageleefd;
een assurance-rapport opgesteld door een onafhankelijke accountant waarin in ieder geval de vereisten in onderdelen a tot en met h zijn opgenomen.
-
De leverancier heeft in ieder geval op ordentelijke wijze per eindafnemer met een kleine aansluiting waarmee een leveringsovereenkomst is gesloten de volgende gegevens in zijn administratie opgenomen:
naam, adres, woonplaats en indien beschikbaar, telefoonnummer en e-mailadres van de eindafnemer met een kleine aansluiting;
factuuradres en bankrekeningnummer en indien beschikbaar het mandaat voor automatische afschrijving van de eindafnemer met kleine aansluiting;
hoogte en betalingsfrequentie van het termijnbedrag;
of met de eindafnemer tevens een terugleveringsovereenkomst is aangegaan;
de unieke identificatiecode die is toegekend aan het allocatiepunt waarvoor de leveringsovereenkomst is gesloten;
de betreffende transmissie- of distributiesysteembeheerder;
indien de eindafnemer is ingeschreven in het handelsregister, het nummer van inschrijving in het handelsregister;
indien de eindafnemer een huishoudelijk eindafnemer is, diens geboortedatum;
of de overeenkomst is gesloten met een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming.
-
De gegevens, bedoeld in het tweede lid, zijn op ordentelijke wijze in de administratie opgenomen indien deze gegevens in het kader van de toepassing van afdeling 2.3 van het besluit, in een machineleesbaar en interoperabel formaat uitwisselbaar zijn met andere vergunninghouders.
-
Processen van de leverancier die zijn uitbesteed zijn in de beschrijving van de opzet van de administratieve organisatie en interne beheersing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vastgelegd.
Artikel 2.29
-
Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een solide financiële positie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij in ieder geval beschikt over een solvabiliteitsprognose, een liquiditeitsprognose, een risicomanagementplan en een beschrijving van de procedures die de leverancier intern heeft ingericht om blijvend te voldoen aan de vergunningseisen en voor het treffen van herstelmaatregelen als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid.
-
Uit de solvabiliteitsprognose blijkt in ieder geval dat gedurende een periode van drie jaar:
het eigen vermogen positief is; en
de vermogensstructuur, gelet op de risicobereidheid, voldoende financieel weerbaar is voor het opvangen van de volgende risico’s:
- 1°
marktrisico’s;
- 2°
debiteurenrisico’s;
- 3°
tegenpartijrisico’s;
- 4°
liquiditeitsrisico’s;
- 5°
operationele risico’s;
- 6°
risico’s als gevolg van andere activiteiten dan de levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting;
- 7°
andere risico’s voor de financiële positie;
- 1°
-
Uit de liquiditeitsprognose blijkt dat de stand van de liquide middelen gedurende de volgende twaalf maanden positief is.
-
De liquiditeitsprognose:
maakt onderscheid tussen de operationele kasstroom, de investeringskasstroom en de financieringskasstroom;
geeft inzicht in een maandelijkse stand van de liquide middelen bij een voortdurend en tijdig voldoen aan de leveringsverplichtingen en betalingsverplichtingen van de leverancier, waarin alle openstaande verplichtingen worden meegenomen;
indien er financiering wordt ontvangen, voorziet in onderbouwing hiervoor met gegevens of bescheiden;
blijft gedurende de in de aanhef bedoelde periode van twaalf maanden positief in verschillende scenario’s met inbegrip van volatiele marktomstandigheden.
-
Het risicomanagementplan betreft een periode van ten minste drie jaar, en bevat in ieder geval:
de doelgroep van de leverancier en hoe hij aan de vraag naar de levering van elektriciteit en gas verwacht te voldoen;
een beschrijving van de risico’s voor de leverancier, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en welke maatregelen de vergunninghouder neemt om deze risico’s en andere risico’s die de soliditeit van de leverancier kunnen aantasten te beheersen;
de risicobereidheid van de leverancier met inbegrip van de mate waarin de leverancier bereid is de risico’s, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, te nemen.
Artikel 2.30
Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een gedegen inkoopstrategie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij zijn afgesloten leveringsovereenkomsten afdekt wat betreft de verwachte verplichtingen voor de levering van elektriciteit of gas in de leveringsperiode waarin de prijs vaststaat.
Artikel 2.31
-
Een risicomanager als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, is verantwoordelijk voor de beheersing van de risico’s bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, onderdeel b.
-
Een risicomanager oefent niet tevens een functie uit voor de inkoop of de verkoop van elektriciteit of gas en rapporteert onafhankelijk en rechtstreeks aan de personen die het dagelijks beleid van een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, bepalen.
-
Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, zorgt ervoor dat een risicomanager beschikt over aantoonbare meerjarige en relevante werkervaring, waaronder ervaring met het uitvoeren van scenarioanalyses, en een relevante opleiding voor risicomanagement.
Artikel 2.32
-
Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.18, derde lid, van de wet, wordt bij de Autoriteit Consument en Markt ingediend.
-
De aanvraag voor een vergunning bevat naast de gegevens, bedoeld in artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht:
informatie met betrekking tot de financiële positie en de financiering van de aanvrager in verband met de vereisten in artikel 2.29;
de unieke identificatiecode van de aanvrager;
een gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister;
een schatting van de verwachte afzet aan eindafnemers met een kleine aansluiting gedurende tenminste de eerste 12 maanden na het verlenen van de vergunning;
de toelating door de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas als balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit of gas overeenkomstig de methoden of voorwaarden voor elektriciteit of gas, bedoeld in artikel 3.119 van de wet of een overeenkomst van de aanvrager met een balanceringsverantwoordelijke voor het overdragen van de balanceringsverantwoordelijkheid;
één of meer overeenkomsten ten behoeve van de inkoop van elektriciteit of gas en voor het daarvoor benodigde transport, met inbegrip van een toelichting op de wijze waarop de aanvrager daarmee uitvoering geeft aan de vereisten met betrekking tot de inkoopstrategie, bedoeld in artikel 2.30;
een recente jaarrekening of een openingsbalans, welke is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, ondertekend door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
een recente verklaring van de rechtbank op basis van de registers, bedoeld in de artikelen 19 en 222a van de Faillissementswet, waaruit blijkt dat de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert en dat de aanvrager geen surseance van betaling is verleend, die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee weken;
voorbeelden van alle door de aanvrager gehanteerde offertes, overeenkomsten en facturen voor eindafnemers met een kleine aansluiting met de hierbij behorende algemene voorwaarden;
een bewijs van registratie bij een instantie voor buitengerechtelijke geschilbeslechting;
de door de aanvrager gehanteerde klachten- en geschillenregeling voor eindafnemers met een kleine aansluiting;
een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot het gedrag van de betrokken rechtspersoon, bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of een met die verklaring overeenkomend document, afgegeven door het bevoegd gezag van de betrokken staat van oorsprong of herkomst die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden;
het formulier, bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, dat op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden;
een beschrijving van de administratieve organisatie van de aanvrager waarmee wordt aangetoond dat aan de vereisten in artikel 2.28, eerste lid, wordt voldaan;
informatie waaruit de structuur van de onderneming van de aanvrager blijkt en de natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen die in de onderneming van de aanvrager feitelijke zeggenschap of een belang in het geplaatste kapitaal hebben;
het risicomanagementplan, bedoeld in artikel 2.29, vijfde lid; en
ingeval van een aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de in artikel 403, eerste lid, onderdelen b en f, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaringen.
Artikel 2.33
-
Een vergunninghouder verstrekt op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt:
een rapportage over de wijze waarop in het vorige boekjaar uitvoering is gegeven aan de onderdelen van het risicomanagementplan, bedoeld in artikel 2.29, vijfde lid, en op welke wijze daaraan uitvoering wordt gegeven in het lopende boekjaar;
de definitieve jaarrekening over het voorgaande boekjaar.
een balans per 31 december van het voorgaande kalenderjaar en een tussentijdse balans van het huidige kalenderjaar;
informatie over hoe de vergunninghouder voldoet aan de vereisten ten aanzien van de solvabiliteit en liquiditeit, bedoeld in artikel 2.29, tweede en derde lid, en de inkoopstrategie, bedoeld in artikel 2.30.
een beschrijving van de administratieve organisatie van de vergunninghouder waarmee wordt aangetoond dat aan de vereisten in artikel 2.28, eerste lid, wordt voldaan;
het formulier, bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, dat op het tijdstip van aanleveren niet ouder is dan twee maanden;
een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot het gedrag van de betrokken natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of een met die verklaring overeenkomend document, afgegeven door het bevoegd gezag van de betrokken staat van oorsprong of herkomst die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden, voor een bestuurder die na de vergunningverlening aantreedt.
-
Indien de vergunninghouder beschikt over een rechtsgeldige verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van een rechtspersoon of vennootschap door wie de financiële gegevens van de vergunning zijn geconsolideerd, verstrekt de vergunninghouder de verklaring aan de Autoriteit Consument en Markt en kan voor de solvabiliteitsprognose en liquiditeitsprognose bedoeld in artikel 2.29, eerste lid, gebruik worden gemaakt van de geconsolideerde financiële gegevens van die rechtspersoon of vennootschap.
Artikel 2.34
-
Indien een vergunninghouder niet langer voldoet aan een van de vereisten gesteld bij of krachtens artikel 2.18, eerste en tweede lid, van de wet, doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de Autoriteit Consument en Markt en stelt hij eigener beweging een herstelplan op.
-
In afwijking van het eerste lid, stelt een vergunninghouder op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt een herstelplan op indien hij niet langer voldoet aan het vereiste inzake het afdekken van afgesloten leveringsovereenkomsten, gesteld in artikel 2.30.
-
Het herstelplan bevat een overzicht van de benodigde herstelmaatregelen, de effecten daarvan en de termijn waarbinnen de herstelmaatregelen worden getroffen om aan de vereisten te voldoen.
-
Een vergunninghouder verstrekt het herstelplan uiterlijk veertien dagen na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt.