1. Een leverancier die faciliteert bij de totstandkoming van een aansluit- en transportovereenkomst als bedoeld in artikel 2.40 controleert de betrouwbaarheid en de volledigheid van de gegevens met betrekking tot de naam van de aangeslotene uiterlijk 90 dagen na aanvang van de levering op basis van de bankgegevens van de aangeslotene, of, indien mogelijk, op basis van een elektronisch identificatiemiddel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de eIDAS-verordening met tenminste het betrouwbaarheidsniveau substantieel.

  2. Indien de leverancier vaststelt dat de gegevens met betrekking tot de naam van degene die de aansluit- en transportovereenkomst is aangegaan niet overeenkomen met de gegevens die bekend zijn op basis van de controle, bedoeld in het eerste lid, past de leverancier een redelijke procedure toe voor controle en indien nodig correctie van die gegevens.

  3. Van een redelijke procedure is in ieder geval sprake als de leverancier zo spoedig mogelijk na constatering hiervan:

    1. kennelijke schrijffouten zelf corrigeert op basis van de uitkomst van de controle, bedoeld in het eerste en tweede lid;

    2. de aangeslotene minstens tweemaal in de gelegenheid stelt om onjuistheden of afwijkingen te corrigeren dan wel te verklaren; en

    3. indien van toepassing, de correcties op basis van onderdeel a en b aanlevert aan de distributiesysteembeheerder ten behoeve van de aanpassing van die gegevens in het daartoe bestemde register; of

    4. na het doorlopen van de procedure, bedoeld in de onderdelen a en b geen zekerheid heeft gekregen over de volledigheid en de betrouwbaarheid van de gegevens en hij dit heeft gemeld aan de distributiesysteembeheerder.

  4. De leverancier informeert de distributiesysteembeheerder zes weken na afloop van ieder kwartaal op geaggregeerd niveau over de toepassing van procedures als bedoeld in het derde lid en de uitkomst daarvan.