1. Een distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt voor elk door hem toegekend allocatiepunt de aansluitingcategorie.

  2. Afhankelijk van de aansluitingcategorie, bepaald op grond van het eerste lid, verstrekt de distributiesysteembeheerder voor gas de transmissiesysteembeheerder voor gas dagelijks gegevens uit zijn register ten behoeve van het stuursignaal voor gas.

  3. Een distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt de calorische waarden per systeemgebied, zoals vastgesteld op grond van de methoden en voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de wet, op basis van de ontvangen meetgegevens en gebruikt de calorische waarden voor de omzetting van meetgegevens naar energetische hoeveelheden. De distributiesysteembeheerder bepaalt na afloop van een maand de calorische omrekenfactor per systeemgebied.

  4. Een distributiesysteembeheerder voor gas stelt de calorische waarden en calorische omrekenfactor per systeemgebied, bedoeld in het derde lid, voor eenieder op toegankelijke wijze beschikbaar.

  5. Een distributiesysteembeheerder voor gas wijst energetische hoeveelheden per onbalansverrekeningsperiode toe aan de balanceringsverantwoordelijken, afhankelijk van de aansluitingcategorie, zoals bepaald op grond van het eerste lid, door:

    1. voor allocatiepunten van kleine aansluitingen en grote aansluitingen als bedoeld in artikel 7.25 van de wet de energetische hoeveelheden te berekenen per balanceringsverantwoordelijke; of

    2. voor allocatiepunten van andere grote aansluitingen de meetgegevens en energievolumes te ontvangen en de energetische hoeveelheden te berekenen.

  6. Een distributiesysteembeheerder voor gas verstrekt de energetische hoeveelheden, bedoeld in het vijfde lid, aan de transmissiesysteembeheerder voor gas.

  7. Een distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt de energetische hoeveelheden voor de definitieve verrekening van de balancering:

    1. voor allocatiepunten van kleine aansluitingen met een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld door meetgegevens te verzamelen, valideren en vast te stellen en energetische hoeveelheden te bepalen bij:

      1. de overgang van een maand;

      2. een overstap van de aangeslotene naar een andere leverancier of een andere balanceringsverantwoordelijke; of

      3. installatie of vervanging van de meetinrichting.

    2. voor kleine aansluitingen met een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit, een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet functioneert of een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is uitgeschakeld door energetische volumes te berekenen op basis van door een leverancier aangeleverde meetgegevens voor allocatiepunten:

      1. tenminste eenmaal per twaalf maanden; of

      2. bij een overstap van de aangeslotene naar een andere leverancier of een andere balanceringsverantwoordelijke;

    3. voor grote aansluitingen door de energetische hoeveelheden per allocatiepunt per maand te berekenen op basis van de meetgegevens.

  8. Een distributiesysteembeheerder voor gas verstrekt de per combinatie van balanceringsverantwoordelijke en leverancier geaggregeerde energetische hoeveelheden, bedoeld in het zevende lid, aan de transmissiesysteembeheerder voor gas.