1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas vermeldt in het bedrijfsmiddelenregister:

    1. de materiaalsoort, de functie, de diameter en de lengte van een leiding;

    2. het aanlegjaar van de leiding of, indien die niet bekend is, een gemotiveerde aanduiding van de periode waarin de leiding is gelegd;

    3. de druk, gemeten in bar, waaronder een leiding gebruikt wordt;

    4. in geval van een stalen leiding, de bekleding van de leiding en de vermelding of sprake is van kathodische bescherming van de leiding;

    5. de stations en appendages, alsmede de datum van ingebruikneming of, indien die niet bekend is, een gemotiveerde aanduiding van de periode van ingebruikneming.

  2. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit vermeldt in het bedrijfsmiddelenregister:

    1. het materiaal van de kern, het isolatiemateriaal en de diameter van de leiding;

    2. het aanlegjaar van de leiding of, indien dat niet bekend is, een gemotiveerde aanduiding van de periode waarin de leiding is aangelegd;

    3. de vermelding van het spanningsniveau waarop een leiding functioneert;

    4. de lengte van een leiding tussen twee schakelstations en de lengte van elk leidingsdeel van die leiding;

    5. de transformatoren, spanningsruimtes, stationsvelden en schakel- en regelstations, alsmede de datum van ingebruikneming of, indien die niet bekend is, een gemotiveerde aanduiding van de periode van ingebruikneming.