1. Een melding tot wijziging van zeggenschap als bedoeld in artikel 6.3, eerste of tweede lid, van de wet geschiedt uiterlijk vier maanden voor de datum van de voorgenomen wijziging.

  2. Een melding als bedoeld in artikel 6.3, eerste of tweede lid, van de wet wordt ingediend door middel van het formulier dat is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.

  3. De termijn voor het nemen van een beschikking, bedoeld in artikel 6.3, derde lid, van de wet is vier maanden na de melding.

  4. Indien na een melding blijkt dat er sprake is van een buitenlandse directe investering die valt binnen de reikwijdte van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PbEU 2019, L 79), kan de termijn, bedoeld in het derde lid, met ten hoogste drie maanden verlengd worden.

  5. De termijn, bedoeld in het derde lid, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de minister op grond van artikel 5.22 van de wet verzoekt om aanvullende informatie, tot de dag waarop de verzochte informatie is verstrekt.

  6. Een melding gaat vergezeld van de gegevens en bescheiden, bedoeld in paragraaf 6 van het meldingsformulier.

  7. Een melding wordt gedaan:

    1. per post op het volgende adres: Ministerie van Klimaat en Groene Groei t.a.v. Bureau Toetsing Investeringen Postbus 20401 2500 EK Den Haag, of

    2. door persoonlijke overhandiging op werkdagen tussen 8.00 uur en 17.00 uur op het volgende adres: Ministerie van Klimaat en Groene Groei t.a.v. Bureau Toetsing Investeringen Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag.