1. Een leverancier vermeldt in de leveringsovereenkomst de vindplaats van een openbaar bekendgemaakt referentieproductaanbod als bedoeld in artikel 2.19, dat geschikt is om de hoogte van de opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.15 van de wet, te berekenen.

  2. Een leverancier hanteert een geschikt referentieproductaanbod indien het, afgezien van de prijs, gelijk is aan het aanbod dat door de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is aanvaard bij het aangaan van de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel wat betreft het type product en de herkomst van de elektriciteit of gas, met dien verstande dat het gehanteerde referentieproductaanbod een looptijd heeft die gelijk is aan de resterende looptijd van de overeenkomst.

  3. Indien een leverancier niet meer over hetzelfde aanbod beschikt, dan hanteert de leverancier in afwijking van het tweede lid een referentieproductaanbod waarvan de vaste looptijd gelijk is aan de resterende looptijd van de overeenkomst en de kenmerken van het referentieproductaanbod, met inbegrip van het type product en de herkomst van de elektriciteit of gas, vergelijkbaar zijn met de kenmerken van de overeenkomst.

  4. Indien een leverancier niet over een referentieproductaanbod als bedoeld in het derde lid beschikt, dan hanteert de leverancier als referentieproductaanbod zijn aanbod aan een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming met de hoogste prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas.