1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas beschrijft ten minste de volgende kritische prestatie-indicatoren in het kwaliteitsplan:

    1. bij het kwaliteitsaspect betrouwbaarheid: de jaarlijkse duur, gemiddelde duur en frequentie van onderbrekingen van het transport van gas waarbij de druk in het transmissie- of distributiesysteem dermate laag is dat een aangesloten installatie niet werkt;

    2. bij het kwaliteitsaspect veiligheid:

      1. het aantal door de transmissie- of distributiesysteembeheerder vastgestelde lekken in het transmissie- of distributiesysteem, bestaande uit:

        1. i

          lekken waardoor nadelige gevolgen ontstaan voor mens of milieu; en

        2. ii

          overige lekken;

      2. de gemiddelde jaarlijkse aanrijdtijd voor een acute systeemstoring;

      3. het aantal voorvallen waardoor nadelige gevolgen voor de mens of het milieu zijn ontstaan of dreigden te ontstaan;

      4. het aantal voorvallen dat een grootschalige ontruiming of een grootschalige onderbreking van het transport van gas veroorzaakt;

    3. bij het kwaliteitsaspect kwaliteit van de dienstverlening: de gemiddelde jaarlijkse duur van de periode tussen het aanvragen en het in gebruik geven van een aansluiting;

    4. bij het kwaliteitsaspect kwaliteit van meetdata en het beheer daarvan: de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de verzamelde meetdata.

  2. In aanvulling op het eerste lid beschrijft een transmissiesysteembeheerder voor gas de volgende kritische prestatie-indicatoren in het kwaliteitsplan bij het kwaliteitsaspect veiligheid:

    1. het aantal lekken in de aansluitingen;

    2. het aantal onderbrekingen van het transport van gas waarbij de druk in het transmissie- of distributiesysteem zo laag is dat een aangesloten installatie niet werkt, met uitzondering van onderbrekingen die aan de afnemer kunnen worden toegerekend;

    3. de gemiddelde duur van het veiligstellen van een acute systeemstoring.

  3. Artikel 3.28, tweede tot en met zesde lid, is van toepassing op de beschrijving van de kritische prestatie-indicatoren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

  4. De transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas berekent de gemiddelde jaarlijkse aanrijdtijd als volgt: Σ (TR) / S, waarbij:

    1. TR de aanrijdtijd bij een acute systeemstoring betreft, in minuten vanaf het tijdstip van ontvangst van de melding van een acute systeemstoring tot het tijdstip van aankomst op de locatie van de acute systeemstoring;

    2. S het totale aantal acute systeemstoringen betreft; en

    3. Σ de sommatie betreft over alle acute systeemstoringen in het desbetreffende jaar.

  5. De transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas berekent de gemiddelde duur van het veiligstellen van een acute systeemstoring als volgt: Σ (TV) / S, waarbij:

    1. TV de tijdsduur betreft, in minuten tussen de aanvang van de acute systeemstoring en het moment waarop geen onmiddellijk gevaar meer bestaat voor personen of objecten;

    2. S het totale aantal acute systeemstoringen betreft; en

    3. Σ de sommatie betreft over alle acute systeemstoringen in het desbetreffende jaar.