Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet wegens een betalingsachterstand indien:

  1. een betalingsregeling met de eindafnemer is overeengekomen en wordt nagekomen;

  2. een conform de klachtenprocedure van de vergunninghouder ingediende klacht van de eindafnemer over de facturen of betaling van facturen waar de betalingsachterstand op ziet in behandeling is bij de vergunninghouder of een geschil over een dergelijke klacht van de eindafnemer aanhangig is bij een buitengerechtelijke geschilinstantie waar de vergunninghouder bij is aangesloten;

  3. de vordering van de vergunninghouder wegens de betalingsachterstand van de eindafnemer binnen een redelijke termijn, in ieder geval vier weken na een herinnering als bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, wordt betrokken bij een traject van schuldhulpverlening aan de eindafnemer en zo lang dit traject loopt, of:

    1. nog geen vier weken zijn verstreken na de verstrekking van gegevens aan een instantie voor schuldhulpverlening, bedoeld in artikel 2.45, eerste lid;

    2. de eindafnemer binnen een redelijke termijn, in ieder geval vier weken na een herinnering als bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, aan de vergunninghouder een bewijs verstrekt dat hij zich heeft gewend tot een instantie voor schuldhulpverlening en in afwachting is van een beschikking als bedoeld in artikel 4a van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

  4. de eindafnemer aan de vergunninghouder een verklaring verstrekt van een arts, die geen behandelend arts van de betrokkene is, waaruit volgt dat beëindiging van de levering van elektriciteit of gas zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de eindafnemer of voor een huisgenoot van de eindafnemer, en zo lang als deze situatie bestaat.